width=Mijn dochter van 6 heeft erg veel moeite met het zindelijk worden. Niet met het plassen, dat doet ze al heel lang netjes op de wc. Nee ze heeft regelmatig ongelukjes met de grote boodschap. En daar kan ze dan ook gerust een halve dag mee rond blijven lopen. We worden er soms wanhopig van en weten even niet meer hoe hier mee om te gaan. Belonen werkt niet, straffen werkt niet. Negeren lijkt nog het beste te werken, maar dat is soms zo moeilijk bij de zoveelste vieze stinkende poepbroek. Daarnaast hebben mijn man en ik er ook wel regelmatig woorden om. Ik ben van mening dat boos worden niet helpt, maar vanuit zijn onmacht kan hij eigenlijk niet anders meer dan boos reageren. Als we vragen waarom ons dametje nou telkens in haar broek poept krijgen we niet echt een antwoord. Hoe kan het nou toch dat ze - slim als ze is - telkens in haar broek poept?

Ontwikkeling van zelfstandigheid

Je dochter is zes jaar oud. Dat betekent dat ze in de ontwikkeling van zelfstandigheid zit en daarnaast is ze nog volop in ontwikkeling om controle te krijgen over haar lijfje. Beide ontwikkelingen kunnen de oorzaak zijn van haar ongelukjes.

Ontwikkeling van zelfstandigheid; deze ontwikkeling begint zo rond het 2e jaar en houdt in dat ze een kleine IK bewustzijn gaan ervaren. Ze gaan leren dat ze een persoonlijkheid zijn. Ze zijn een iemand, een IK. Voor die tijd waren ze een onderdeel van het groter geheel. Voeren ze mee op de zee van het gezin en hadden ze niet het bewustzijn dat ze daar actief deel van uit konden maken.
Tijdens deze ontwikkeling voelen ze een innerlijke behoefte om zichzelf op de wereld neer te zetten als individu. Omdat een 6 jarige nog fysiek is ingesteld zal elke vorm van beperking die de zelfstandigheid in de weg staat, op fysieke wijze worden aangegeven. Het ene kind weigert te eten, de ander spuugt alles weer uit, de een plast in zijn broek en de ander poept in zijn broek. Ze kunnen op deze wijze hun behoefte om gezien te worden manifesteren. Wellicht voelen ze dat ze te weinig ruimte krijgen van hun directe omgeving om hun innerlijke behoefte aan zelfstandigheid vorm te kunnen geven.

Ontwikkeling om controle over hun lijfje te krijgen

Vanaf de babytijd tot de adolescentie is een kind bezig 'bezit' te nemen van zijn lichaam. Dat is een belangrijke ontwikkeling. Door een uitdrukking als 'ik zit goed in mijn vel' of 'ik zit niet lekker in mijn vel', kun je uitmaken dat ‘in je vel’ zitten nog niet zo makkelijk is. Kinderen van zes jaar krijgen steeds meer mogelijkheden om controle over hun lichaam te hebben. Al zullen ze op het schoolplein nog steeds een wervelwind aan armen en benen zijn, hun ledematen lijken ze aardig onder controle te hebben.
Hun lichaam doet wat ze van het lichaam vragen. Elke kleine beweging is echter aangeleerd. In hun hersenen is een pad ontstaan die ze aanspreekt wanneer ze willen lopen, fietsen, rennen. Dat dit niet zomaar gebeurd maar een kwestie is van langdurig oefenen blijkt wel uit de eerdere fase van het kind waarin je kunt zien hoe veel moeite het kost om een arm naar een speeltje te brengen of later om een puzzel stukje op de goede plek te krijgen.

Intensieve aandacht en oefening

Elke stapje dat ze maken om controle te krijgen over hun lichaam gaat gepaard met intensieve aandacht en oefening. Op deze manier leren ze ook hun sluitspieren beheersen. Je kunt je voorstellen dat in het spel hun aandacht wel eens kan verslappen waardoor deze ongelukjes kunnen gebeuren. Pas wanneer ze zich zelf bewust worden van het vies zijn, zijn ze klaar om hier aandacht aan te besteden. Schaamte komt in veel gevallen omhoog wanneer ze zich bewust worden van hun omgeving. Deze schaamte helpt hen alert te zijn.

Echter het hangt ook af van de directe omgeving (ouders verzorgers) hoe ze reageren op de ongelukjes. Als de reactie die ze gekregen hebben hun behoefte aan gezien worden bevredigd, dan wordt dit ongelukje al snel een behoefte die ze in stand willen houden.

Los daarvan kent het lichaam ook veel ‘geborgen’ gebreken waardoor er een fysieke oorzaak zou kunnen zitten in de controle over hun sluitspier.
Dus even in volgorde:
1. Kijk eerst of het kind voldoende mogelijkheden heeft om deze zelfstandigheidfase goed te doorlopen. Krijgen ze voldoende ruimte van hun directe omgeving. Dit zal per kind verschillend zijn dus het is goed om per kind te kijken naar hoeveel ruimte het nodig heeft.

2. Check of het kind zichzelf bewust is van dat het vies is. Als die schaamte zich nog niet ontwikkeld heeft, bereik je als ouder ook niet veel met mopperen.

3. Neem je eigen houding ten aan zien van het probleem even onder de loep. Acceptatie van het proces maakt dat het kind makkelijker hun natuurlijke ontwikkeling kunnen volgen.

4. Check of het kind geen fysieke problemen heeft waardoor de ongelukjes gebeuren.