boy-1563004“Het gaat niet goed met Tim!” Een bezorgde moeder zit tegenover me. Op mijn vraag wat er is gebeurd, vertelt ze dat Tim zich vorige week heeft opgesloten in de badkamer. Hij wilde de deur voor niemand opendoen en als wij niet weggingen dan zou hij zich snijden met zijn vaders scheermes. Tim is elf. De middelste in een gezin van drie, twee dochters en een zoon. Moeder en Tim hadden op het einde van de schooldag op het schoolplein woorden gehad. Tim had gevraagd of hij zelf naar hockey mocht fietsen die middag en moeder vond dat geen goed idee. Bij thuiskomst vroeg hij het nogmaals en explodeerde de boel. “Die weg is veel te gevaarlijk! Ik breng hem liever even met de auto. Tim had hierop geschreeuwd: “Ik mag ook nooit iets. Laat me toch met rust! Ik ga liever dood!” waarna hij woedend naar boven is gerend en zich heeft opgesloten in de badkamer.

Op mijn vraag wat deze woorden met mijn cliënt deden, vertelde ze dat ze er van geschrokken was en er ook niets van begreep. Hij heeft blijkbaar het gevoel dat hij nooit iets zelf mag. Maar dat is onzin. Hij mag zelf naar school fietsen, hij gaat zelf naar trompetles. Hij gaat zelf naar vriendjes en komt ook zelfstandig weer thuis. Geen probleem. Ze vindt het gewoon niet fijn dat hij die gevaarlijke weg oversteekt! Op mijn vraag of ze met Tim achteraf nog gepraat heeft waarom hij zo graag zelf naar hockey gaat, zegt mijn cliënt: Dat heb ik wel gedaan maar dat kon hij niet vertellen. Hij wilde het gewoon.

Op mijn vraag of haar de laatste tijd nog iets anders is opgevallen bij Tim hoeft ze niet lang na te denken. Ja, er waren dingen opgevallen. Moeder vertelt: “Hij trekt zich meer terug in zijn kamer. Tim en zijn vader hadden de laatste tijd woorden met elkaar. Tim gaat continu tegen zijn vader in wanneer hij iets vertelt. Of de meester op school heeft net een ander verhaal verteld, dan dat zijn vader altijd vertelt. Volgens Tim is dat dan niet zo. Terwijl Tim en zijn vader altijd zo’n hechte band hadden samen. Het zijn net twee handen op een buik, zei ik wel eens”. Zijn er fysiek ook veranderingen bij Tim?, vraag ik. “Tim heeft de laatste tijd last van hoofdpijn. Er gaat duidelijk iets niet goed met Tim, maar ik weet niet wat en hij vertelt het me ook niet.”

Ik stel mijn cliënt gerust. Het lijkt erop dat Tim de tienjarige fase in is gegaan. Hij is een maand geleden elf geworden en heeft een stap in zijn bewustzijn gemaakt. De sprookjeswereld waarin alles met elkaar verbonden is en alles ‘vanzelf’ lijkt te gaan, heeft plaats gemaakt voor de reële wereld waarin afgescheidenheid en discipline op de voorgrond treden. Je zou kunnen zeggen dat Tim wakker geworden is uit het kinderbewustzijn, het magische denken. Niet langer beschermd door het magische denken, toont de nieuwe wereld zich eenzaam en onbekend. Tim is nu een elf jarig jongetje, dat voelt dat hij alleen voor de grote taak staat om zijn plekje in deze nieuwe wereld te veroveren. Diep van binnen voelt hij de drang om deze wereld te ontdekken en te begrijpen. Duizenden vragen spelen door zijn hoofd en hij gaat twijfelen aan alles wat hier voor zeker en constant was. De autoriteit van zijn ouders wordt in een ander daglicht bekeken. Opeens is zijn vader of moeder niet meer vanzelfsprekend de persoon die het slimst, het knapst, het sterkst, het liefst is. Dit kan in het gezin strubbelingen geven. Ook voor een vader en moeder is deze periode wennen. Je krijgt opeens een kind dat anders op je reageert. In dit geval gaat er ook voor de vader een andere wereld open. Opeens moet hij meer bewijzen wie hij is en waar hij voor staat. In dit geval heeft de vader er meer ‘last’ van, omdat een jongetje zijn rolmodel zoekt in de vader. Ook de hoofdpijn van Tim past binnen dit plaatje. Een kind in deze fase maakt een switch door van een snel hart/long ritme te gaan naar een langzaam hart/long ritme. Dit vraagt van het lichaam nog wel wat aanpassingen. Vandaar dat in deze tijd duizelingen, hoofdpijn, buikpijn vaak voorkomt. Met een beetje geduld en een hoop liefde gaan deze lichamelijke ongemakken ook vanzelf weer voorbij.

Opgelucht door de uitleg en de herkenning vraagt mijn cliënt zich nog een ding af. Waarom zegt hij dat hij dood wil? Ik leg uit dat deze woorden op deze leeftijd meer betekenen: Ik heb ruimte nodig, ik wil meer controle over mijn leven, ik wil meer zelf kunnen bepalen, dan dat hij echt dood wil. Omdat het magische is gestopt ziet een kind duidelijker het begin en het eind van het leven. Voor Tim is dood niets anders dan dat iets moet stoppen! Met andere woorden: Mam, pap ik heb minder bescherming nodig. Ik vraag aan mijn cliënt of ze herkent dat ze Tim erg beschermt. Hierop antwoord de moeder: “We hebben Tim bij de geboorte bijna verloren. De navelstreng zat om zijn halsje en het is kantje boord geweest of Tim had niet meer geleefd. Na de bevalling heeft Tim ook een paar dagen in de couveuse geleken voordat alles in orde was. Ik voel me inderdaad meer bezorgd om Tim dan om de andere twee”. Een diepe zucht ontsnapt uit de mond van mijn cliënt. Ik zie haar centimeters wegzinken in de stoel. Ontspanning maakt zich van haar meester. “Ok, Tim wil dus meer ruimte. Ik denk dat die ruimte niet zit in de vrijheid om naar hockey te fietsen. Ik denk dat Tim los wil van de zorgen die ik me nog steeds om hem maak. Nu ik er over nadenk is het ook wel raar dat ik me nog steeds meer zorgen maak om Tim dan om de andere twee.” Samen met de moeder doe ik een visualisatie waarin we Tim helemaal in zijn eigen energie neerzetten. Los van de beschermende energie van zijn moeder maar nog dichtbij genoeg om haar liefde en support te kunnen ontvangen, wanneer hij dat nodig heeft. Na de visualisatie vraag ik aan de moeder hoe zij nu denkt dat nu met Tim gaat. Ze antwoordt hierop spontaan: Het gaat prima met Tim!