Dagelijks verzuchten cliënten van mij hoe zwaar het is om met een puber in huis te leven. Tot nu toe heb ik dat altijd luchtigjes benaderd. Pubers zijn leuk en als ouder mag je van je puber leren genieten! Het vergt wat zelfreflectie, een flexibele omgang met je waarden en normen en verder een flinke dosis uithoudingsvermogen. Heb je deze eigenschappen in huis en weet je ze toe te passen, dan heb je het best fijn met elkaar. Toch?

Na vier weken een vakantie vierende dochter van 15 in huis te hebben gehad, sleept mijn tong over de straatstenen. Aan de zelfreflectie ligt het niet, maar aan de verruiming van mijn waarden en normen (Oh hemel, als dat maar goed gaat!) en het daarbij gevraagde uithoudingsvermogen (Je kunt net zo goed tegen de straatstenen praten!) mag nog hard gewerkt worden.

Grenzen

Dochterlief heeft grenzen nodig en laat ik daar nu niet zo goed in zijn. Het gevolg is dat elke afspraak aan alle kanten moet zijn dichtgetimmerd. Wanneer dan blijkt dat er een zwakke plek in mijn hekwerk zit, weet mijn dochter die te vinden. Dat op zich is echt een wonder wanneer je kijkt naar de hoeveelheid spullen die ze dagelijks ‘kwijt’ is.

Voelsprieten

In de pubertijd heeft ze echter twee voelsprieten ontwikkeld waarin ze feilloos elke ontsnappingsclausule in mijn zorgvuldig dichtgetimmerd hekwerk weet te vinden. Zo komt het dat ik ‘s avonds om half 4 onder mijn raam duidelijke afscheidsgeluiden hoor van haar en haar vriendje. (“Ik had toch gevraagd of ik uit mocht?”) of sta ik om 3 uur ‘s nachts tijdens mijn nachtelijke toiletronde oog in oog voor een op de bank in slaap gevallen dochter met vriend. (“Ik was wel om 1 uur binnen, hoor.”)

Vriendjes

En dan een vriend van achttien waarmee ze zelfs met dertig graden nog opgesloten in haar kamer vertoefd. Gordijnen worden demonstratief dichtgeschoven (“Anders schijnt de zon in mijn televisie, mam.”) Mijn jongste zoon van elf jaar maakte laatst de opmerking: “Het lijkt wel of hij (het vriendje) elke keer snel zijn broek omhoog trekt als ik boven kom!” Dan ben ik toch weer opgelucht als ik met dezelfde dertig graden ‘zomaar’ op de kamer naast mijn dochter moet zijn en de deur van haar kamer wagenwijd open tref!

Puberjongens

Nee, dan een puberjongen! Over een jongen hoef je je minder zorgen te maken zei mijn moeder altijd. Mijn puberjongen rijdt met zijn snorfiets zonder helm (want dat is nu juist zo fijn van een snorfiets!) rustig 65 km per uur. (“Maar wel buiten de bebouwde kom. Je denkt toch niet dat ik gek ben!!”) Deze puberjongen die met kop en schouder boven mij uitsteekt, slaat me af en toe joviaal op mijn schouders. Hij gebruikt hierbij de geruststellende woorden: “Het komt allemaal wel goed, mam.” En gelukkig statistisch gezien loopt deze moeilijke periode voor de meeste jongeren goed af.

Begrip

Belangrijk in deze periode is dat je als ouder een beetje begrip hebt voor het kind wat grip probeert te krijgen op het leven. De hersenen maken in deze periode een hele belangrijke ontwikkeling mee wat gepaard gaat met een stuk bewustwording die gekenmerkt wordt door de vraag: Wie ben ik?

Eigen identiteit

In de zoektocht naar een eigen identiteit moet de puber los komen van de waarden en normen van het gezin om zo zijn eigen visie op het leven te gaan creëren. Een moeilijke en angstige tijd waarin alle veiligheden die het kind in het gezin verworven heeft worden losgelaten. De angst die dit veroorzaakt wordt vaak overschreeuwd. Wanneer je door de façade van overmoed en arrogantie heen kunt kijken zijn pubers eigenlijk best heel leuk! Uitputtend maar leuk!