width=Annemarie: “We wonen in een leuke buurt met veel kleine kinderen: er rijden maar weinig auto’s en overal zijn kleine speeltuintjes. Maar er wonen ook een paar opgeschoten knullen en die gebruiken de speeltuintjes als hangplek. Jammer genoeg zitten ze er niet alleen te roken, ze drinken alcohol, gooien de flessen stuk en laten het glas liggen. De wipkip is al zo vaak gesloopt dat de gemeente ‘m niet meer wil vervangen en onlangs hebben ze het houten bankje volledig vernield. Maar het wordt hoe langer hoe erger: ze zijn laatst zelfs met een buks gesignaleerd! Volgens mij komt de ene jongen uit een gebroken gezin: de vriendin van zijn vader is amper ouder dan hij en zit regelmatig samen met hem buiten te roken. Vader zelf zie je nooit. En als je de jongens zelf aanspreekt, zeggen ze dat ze niks gedaan hebben. Sterker nog: als ik ze overdag afzonderlijk tegen kom, zijn ze erg aardig en netjes. Maar ondertussen wil ik mijn kind niet in dat speeltuintje hebben, omdat ik bang ben dat ze zich ergens aan open haalt.”

Niet doen!
Val de jongens niet aan op hun gedrag. Het zijn pubers die het niet makkelijk hebben met alle veranderingen in hun lijf en hoofd. Keur ze niet af.

Wel doen!
Je kunt weinig meer doen dan de jongens op hun eigen oplossingsgerichtheid aanspreken. Elke andere vorm wordt ruzie en dan ben je nog verder van huis. Schiet ze overdag aan en vraag ze om hulp bij jouw probleem. Vermijdt elke emotie, daar reageren pubers niet op. Vertel gewoon dat je kleine kinderen hebt die graag buitenspelen. Leg ze de vraag voor hoe zowel jouw kinderen als zij beide plezier kunnen beleven aan het speeltuintje. Misschien kun jij iets van jouw kant iets doen om hen te helpen? Misschien staat er wel geen vuilnisbak? Een gelijkwaardig gesprek is het enige wat helpt. Als dat niet werkt, zit er helaas niks anders op dan een ander speelterrein voor je kinderen zoeken, hoe oneerlijk dat ook overkomt.

(uit interview in Libelle -door Susan Haveman)