“Meester isboy-1563004 boos op mij”, vertelt mijn 11 jarige zoon. Het is een zinnetje die ik wel kan dromen. Hoe vaak ik deze zin al niet gehoord heb. En dan het trieste gezicht erbij van een kind dat het helemaal niet naar zijn zin heeft met zichzelf. Ik voel me machteloos. De spanning knijpt mijn keel dicht. Tegen beter weten in probeer ik het nog een keer. “Vertel eens wat is er gebeurd?” Het blijft echter (zoals altijd) angstvallig stil. Woorden zijn lastig voor een kind dat overloopt van emotie. Ook de emotie blijkt lastig te onderzoeken. Wat is het nu? Verdriet, angst, boosheid? Sinds kort is het gevoel schaamte aanwezig. Wat gebeurt er toch veel in een kinderleven. Het socialiseren met anderen brengt veel emoties te weeg. Een kind vraagt zich rond een jaar of tien af wie hij of zij is en hoe anderen naar hem kijken. Het verschil tussen elkaar wordt opeens gezien en benoemd. Zijn eigenwaarde wordt op de proef gesteld. Waar Dante vroeger nog een groot probleem had met het idee dat meester boos op hem was, blijkt de emotie nu te zijn ontstaan door het gevoel dat de rest van de klas zag dat hij van meester schrok. “Ik schaamde me kapot!” Een nieuwe fase. Zijn wereld wordt groter. In deze nieuwe fase is een aai over zijn bol en een kus niet meer voldoende. Dante wil begrijpen en begrepen worden. Maar hoe doe je dat nu als moeder, als je keel dichtgeknepen zit van de spanning en met een kind wat zelf nauwelijks uit zijn woorden kan komen.

Terwijl ik met Dante op de bank ga zitten, overdenk ik de situatie. Elke keer als ik naar mijn kinderen kijk en zie door welke fases ze heen gaan, stap ik een klein beetje in mijn eigen kindertijd. Elk kind spiegelt een ander facet in mij. Vanuit mijn volwassen rol kan ik maar moeilijk begrijpen dat Dante zich zorgen maakt. Echter in contact met mijn innerlijk kind begrijp ik dat heel goed. Wat ziet de wereld er anders uit vanuit de afhankelijkheid van een kind. Ik kan me nog goed de momenten herinneren dat ik me intens schaamde voor iets wat voorgevallen was. Ik kan me nog herinneren hoe blij ik was als de school uit was en ik in een rechte lijn naar huis kon rennen. Ik kan de steen in mijn maag nog voelen als ik dacht aan de volgende dag, waarop ik weer die klas in zou moeten. “Daar word je sterk van!”, hoor ik mijn moeder zeggen. Ik vraag me af wat mijn eigenwaarde meer aangetast heeft: het socialisatie proces of mijn moeder die niet in contact kon komen met haar innerlijk kind en elke emotie wegwuifde.

Dan heb ik het antwoord op mijn vraag. Ik omarm in stilte het kind in mij wat met Dante mee resoneert. Ik geef haar een knuffel en hou haar dicht tegen me aan. De spanning zakt. Op dat moment komt er ruimte bij Dante. Hij gaat vertellen. Samen vertellen we over onze ervaringen. Hij over de schaamte die hij vandaag gevoeld heeft en ik over mijn ervaringen op school waarbij ik mij schaamde. Samen moeten we er om lachen. De spanning is gebroken.