width=Luisteren en gehoord worden hebben veel te maken met onze eigenwaarde. Als jij jezelf niet waard vindt om bepaalde dingen te eisen zal je niet duidelijk en congruent overkomen op het moment dat je het vraagt. Andersom als jij gehoord wil worden maar je vindt jezelf het eigenlijk niet waard om gehoord te worden dan zul je niet de kans krijgen/pakken om je verhaal te vertellen.

Je kiest net die momenten uit om je verhaal te vertellen dat de ander afgeleid is. Dit doe je niet bewust! Dit gaat geheel onbewust. Wanneer jij moeite hebt je kind zijn kamer op te laten ruimen dan zul je niet standvastig, duidelijk en direct zijn op het moment dat je het vraagt. Je kind krijgt daardoor alle mogelijkheden om er onderuit te komen. Niet omdat het niet wil luisteren maar omdat jij die ruimte biedt. Op zo’n moment gaat jouw kind over jouw grenzen heen. Echter jij bood die ruimte dus laat jij over jouw grenzen heen gaan.

Hoe ga jij over jouw grenzen?

Er zijn verschillende manieren waarop je over je grenzen heen kan gaan. Kijk eens goed naar onderstaande zinnen. Welke komt jou bekend voor?

  1. Ik doe het zelf wel, ik doe het toch beter.
  2. Ik help wel even, je hebt het ook zo druk.
  3. Ik ben nu eenmaal de beste moeder.
  4. Niemand ziet hoe zwaar ik het heb, nu moet ik ook die kamer nog opruimen!
  5. Ik heb informatie nodig over hoe ik dit kalm en rustig op kan lossen.
  6. We doen het samen! We werken allemaal even hard mee!
  7. Ach, die kamer. Laat maar zitten. We gaan lekker een spelletje doen!
  8. Nu naar boven en niet eerder naar beneden komen dan je klaar bent!
  9. Wil je eerst naar je vriendin? Nou ga maar hoor, daarna ruim je je kamer toch wel op?

In geen van deze negen voorbeelden zal de ouder congruent zijn in zijn vraag aan het kind. Bij de èèn doet de ouder het uiteindelijk zelf en bij de ander dwingt hij of zij het kind te doen. Bij geen van deze voorbeelden is de ouder lief voor zichzelf. Bij alle 9 voorbeelden speelt er bij de ouder een overtuiging op die de eigenwaarde ondermijnt en maakt dat hij of zij zo reageert.

Hoe zit het met jouw overtuiging?

Onderstaande overtuigingen spelen hier een rol. Kun jij de juiste zin bij de juiste overtuiging plaatsen?

  1. Ik ben een looser.
  2. Ik heb geen controle.
  3. Ik ben niet om van te houden.
  4. Ik weet het niet.
  5. Ik ben niet perfect.
  6. Ik ben niet goed genoeg.
  7. Dit wordt een crisis.
  8. Dit maakt mij angstig en onzeker. De wereld is niet veilig.
  9. Ik wordt tekort gedaan.

Als je merkt dat een van deze overtuigingen omhoog komt wanneer je je kind iets vraagt, begrijp dan dat je niet helder en duidelijk kunt zijn. Aan de ene kant voelt het kind de angst achter je woorden dat je het niet waard bent en aan de ander kant hoort het je woorden. Deze tweestrijd maakt dat je kind moet kiezen waar het op gaat reageren. Je helpt je kind en dus jezelf er enorm mee om dit soort overtuigingen bespreekbaar te maken. Door bijvoorbeeld te zeggen: Ik weet dat ik het beter kan maar ik wil toch dat je zelf je kamer opruimt. (Anders leer je het nooit!)  In deze zin zit zowel je angst als je vraagt. Nu ben je voor je kind een stuk duidelijker en de kans is groot dat hij of zij gewoon naar je luistert!