Ongevemuiser 40 jaar geleden werd hier in een dorpje niet ver vandaan kleine muis geboren. Het was een lief rond muisje, als je niet beter zou weten zou je denken dat ze heel gelukkig was. Het hol van de muizen familie zag er gezellig uit en er was voldoende plaats om buiten lekker te spelen. Er stond altijd een muziekje aan als moeder muis thuis was en er was voldoende eten en drinken in huis. Rondom het hol werd er gewerkt op het land. Vader muis werkte hier veel, moeder muis was thuis om voor kleine muis te zorgen. Moeder muis wilde graag, net als vader muis en opa&oma muis mee helpen op het land, maar zolang kleine muis nog niet op school was deed ze dit niet. Totdat kleine muis groot genoeg was om naar school te gaan. Vanaf dat moment veranderde de wereld van kleine muis. Op school waren er wel veel andere muizen maar daar speelde ze niet veel mee. Moeder muis had minder tijd voor haar omdat ze meer ging werken. Moeder muis was nog wel thuis als ze uit school kwam maar toch was het anders, het leek wel alsof kleine muis niet meer bestond.

Als dit bij groot worden hoorde wilde kleine muis het liefste haar hele leven klein blijven. Wat ging er niet goed? Dit vroeg ze zich vaak af. Soms vloog ze in haar dromen boven het hol van haar ouders. Alles ging gewoon door, het koken, het werken, de gesprekken, alsof kleine muis niet werd gemist. In plaats van haar stem te laten horen werd kleine muis steeds stiller en verdween ze steeds vaker in haar dromen. In deze dromen kon ze vliegen, weg van alles. Die droom werd haar wereld, misschien was het wel een idee om weg te vliegen. De echte wereld in op zoek naar hetgeen dat ze miste. Maar wat als ze het niet vond, wat dan? En vader en moeder muis in de steek laten, dat ging toch niet!?

Tot op een zekere morgen, kleine muis werd wakker, opende haar ogen en ze wist het; ‘Dit is de dag!’. Niet zomaar een dag, maar de grote dag! De dag waarop kleine muis haar vleugels werkelijk ging gebruiken, ze ging vliegen. Op zoek naar het avontuur dat ze ergens was kwijtgeraakt. Toen ze eenmaal aan het vliegen was zag ze dat ze niet het enige dier was. Heel veel anderen waren net als haar aan het zoeken. Wat ze precies zochten wist eigenlijk niemand maar van binnen wist kleine muis dat ze het zou vinden. Ze ontmoette veel dieren die op haar ouders leken, maar dat zocht ze niet. Een vader en moeder had ze al, ze was op zoek naar iets speciaals, iets van haar en niet van andere dieren. Na een aantal dagen vliegen, vele gesprekken en tranen ontmoette kleine muis een prachtige vis. De vis vloog niet maar zwom rondjes in een heel groot meer. Het water was prachtig blauw maar heel koud. Het maakte de vis niets uit, ze zwom alsof het de mooiste dag van haar leven was en nodigde kleine muis uit om bij haar te komen zitten. Waar ben je naar op zoek mooie muis? Dat wist kleine muis niet goed te vertellen. De vis zei; ‘Je hoeft niet te zoeken mooie muis, je bent goed zoals je bent. Kom bij mij en ik zal het je laten zien. Wat jij zoekt heb je al die tijd al bij je’. ‘Echt waar?’, vroeg kleine muis. ‘Waar zit het dan?’. De vis wees naar haar hart en zei; ‘Daar mooie muis’. Wat jij daar voelt, daar gaat het om, niet om de andere dieren om je heen. Vanaf dat moment durfde kleine muis weer te voelen wat ze voelde. Ze heeft nooit geweten dat het avontuur zo dichtbij was. De zoektocht stopte bij de vis, het avontuur begon bij de vis. Dank je wel prachtige vis, zei kleine muis.

Conny