sorrow-girl-1525659Kinderen gaan allemaal verschillend met emoties om. De een uit het heel gemakkelijk, de ander stopt het weg en weer een ander richt zich gewoon op plezierigere zaken. Ieder kind reageert op zijn manier en dat maakt het ook zo lastig om te zien wat jouw kind specifiek nodig heeft. Er is geen handboek voor jouw kind geschreven. Je zult als ouder nog heel veel zelf uit moeten zoeken. Dat dat lang niet altijd makkelijk is, bewijst het aantal kinderen dat op dit moment bij de hulpverlening terechtkomt. Gevoelens horen bij het leven maar we hebben nooit geleerd hoe we daar mee om moeten gaan. Bij de opvoeding komen er veel emoties en gevoelens voor. Je kind heeft emoties en jij hebt emoties en misschien dat er nog wel meer gezinsleden zijn met hun eigen emoties. Zo sta je soms in een situatie waar er van verschillende kanten emoties meespelen. Je kind ervaart gevoelens bij een ervaring maar jij en je man ook. Hoe kom je daar nu op een goede manier uit? Om die vraag te beantwoorden moet je eerst iets meer van emoties afweten. Emoties zijn niet meer dan een verkeerde interpretatie van een gedachte op een gevoel. Met andere woorden. Jij voelt iets, je denkt daarbij en plop daar is de emotie.

Karin is zestien jaar en ervaart veel verdriet in haar leven. Haar vader is overleden toen ze negen jaar was en haar moeder is daar nooit echt overheen gekomen. Hierdoor is Karin snel zelfstandig geworden en mist ze de aansluiting met haar leeftijdsgenootjes. Eenzaamheid is het resultaat. In die eenzaamheid huilt ze vaak alleen op haar kamer maar verder laat ze haar verdriet niet zien. De laatste tijd kan ze echter om de raarste dingen zomaar heel hard huilen. Ze ervaart dat als vervelend. Zelfs als ze een hondje los op straat ziet lopen moet ze al huilen. Ze ziet dan helemaal niet meer dat het baasje achter het hondje loopt. Karin is bang dat ze gek aan het woorden is dat ze om zoiets ‘doms’ al gaat huilen. Ik kijk met Karin welke gedachten er door haar hoofd heen gaan als ze dat hondje ziet lopen. Gedachten komen naar boven als: Hij is zielig, hij is alleen, hij weet niet welke kant hij op moet. Op slag gaat Karin weer huilen. Zie je wel dat ik gek ben! Zijn baasje loopt toch achter hem! Ik stel Karin gerust dat ze zeker niet gek aan het woorden is maar dat haar hersenen bij deze gedachten een nare ervaring naar boven halen die ze duidelijk nog niet verwerkt heeft. Ik laat haar de gedachten opschrijven en de worden HIJ vervangen voor IK. Ik ben zielig, ik ben alleen, ik weet niet welke kant ik op moet. Bij de laatste zin lijkt er wel een stortvloed los te breken. Dit is het verdriet van het meisje dat haar vader èn later ook haar moeder moest missen als krachtige steun in deze moeilijke tijd. Ze heeft haar verdriet wel geuit alleen in bed maar een kind van negen heeft niet genoeg aan het uiten alleen. Het verdriet wil gezien worden, gehoord worden. Ze had en heeft behoefte aan een krachtige persoon bij wie ze uit kan huilen en waarbij ze weer even kind kan zijn.

Karin dacht dat ze huilde om het hondje maar in werkelijkheid koppelden de hersenen van Karin het gevoel aan een ervaring van haar zelf die nog niet geheeld was. Door dit los te koppelen en haar werkelijke verdriet ruimte te geven, kon Karin haar leven weer oppakken.