width=De laatste tijd hoor ik in mijn praktijk en in de workshops veel moeders vertellen dat hun kind dingen zegt als: “Ik ben niets!” “Ik ben niemand!” Het ene kind is er heel verdrietig bij. Het andere kind boos. Ouders vragen zich natuurlijk af waarom hun kind zoiets zegt.

Een kind bouwt eigenwaarde op door de liefdevolle aandacht van de ouders. Een baby is zich er nog helemaal niet bewust van dat hij een persoontje is. De ontwikkeling van het Ik-bewustzijn komt pas in de peutertijd. Na de peutertijd gaat het kind beseffen dat het iemand is en begint zijn eigenwaarde zich te ontwikkelen. Uitspraken als “Ik ben niets” en “Ik ben niemand” wijzen op een gebrek aan eigenwaarde. Hoe komt een kind ertoe om zulke uitspraken te doen?

De zesjarige is een voeler

Een zesjarige gaat nog helemaal op in het gezin. Het is een voeler en met zijn voelsprieten voelt hij  hoe het met mama en papa gaat. Hij voelt hoe zij zich voelen. Wanneer een zesjarige zo’n uitspraak doet, is het goed om te kijken hoe groot de eigenwaarde van de vader en moeder is. Vaak vangt een kind van zes de gedachten van de moeder en vader op en verwoordt dit letterlijk zonder te weten wat het betekent. Als daar een emotie bij komt dan heeft het kind de woorden gekoppeld aan een gevoel dat hij bij de ouder opgepikt heeft.

De tienjarige is zich meer bewust van zichzelf

Een tienjarige is zich al veel meer bewust van zichzelf. Hij stap net de sprookjes wereld uit waar alles met elkaar verbonden is en is in de wereld van alledag terecht gekomen. Dit betekent dat hij op een reële wijze naar zijn ouders kan kijken en ontdekt dat zij niet de goden zijn waar hij ze eerst voor aanzag. In deze fase wordt een kind voor het eerst van zijn leven teruggeworpen op zichzelf. Hierbij komen oude angsten van vroeger naar boven en kan een kind terugvallen in gedrag dat hij eerder had, zoals bedplassen of niet naar bed durven. De woorden “Ik ben niets, ik ben niemand” laten zien dat het kind onzeker is over zijn positie. Het zou enorm helpen als de ouders de tijd nemen om open en eerlijk te praten over hun eigen ervaringen in die leeftijdsfase.

De vijftienjarige zit midden in de pubertijd

Een vijftienjarige zit midden in de pubertijd. Zijn eigenwaarde is van groot belang om deze periode goed door te komen. Een puber is gericht op het falen van de wereld en indirect op zijn eigen falen. Hij is gaan nadenken over de wereld en zijn positie in de wereld. Wat hij ziet is vaak niet opbeurend voor hem. Honger, armoede, onrecht, manipulaties, etc. Hij wil de nieuw ontdekte wereld verbeteren, maar loopt tegen het probleem op dat zijn bereik hiervoor simpelweg niet groot genoeg is. Zijn falen voelt destructief en kunnen hem de uitspraken als “ik ben niets, ik ben niemand” uitlokken.
Als ouder kun je je kind helpen door eerlijk te communiceren over je eigen angsten en duidelijke grenzen en regels aan te geven die het kind wel de vrijheid geven om zichzelf te ontdekken, maar ook de veiligheid bieden om ergens tegen aan te schoppen. Nodig hem uit om zijn onmacht te uiten binnen de veilige grenzen van het gezin, in plaats van buiten op straat. In deze fase is het van het grootste belang dat je het kind niet afkeurt om wie hij is. Dat doet hij zelf al genoeg.
Benadruk de momenten waarin het kind zichzelf overtreft en zichzelf uitdaagt om de wonderen van de wereld te onderzoeken, waardoor hij een gezonde eigenwaarde kan opbouwen.