Een paar grote bruine ogen kijken me aan. “Vandaag moet ik weer naar de mevrouw”. Ik sta in de rij bij de kassa van een supermarkt. Het is dinsdagmiddag, de scholen zijn net uit. Er staat een blond jochie met smalle schoudertjes voor me. Ze hangen wat. “Waarom moet je naar de mevrouw, lieverd?”, vraag ik belangstellend. “Omdat ik dom ben”. Bruine eerlijke ogen kijken me aan. De puurheid van het kind straalt uit deze blik. Het is geen vraag. Hij zegt het als een feit. Tien jaar oud en nu al bevestigd in zijn imperfectie. Ik ben dom. Kleine woorden met een grote impact.

 width=Kinderen van deze tijd staan op een andere manier in het leven. Dat is logisch. De tijden zijn verandert, de wereld is verandert. De hele omgeving van het kind van nu is anders dan de wereld in onze kindertijd. Veel kinderen denken, leren en communiceren op een andere manier. De wijze waarop zij dit doen past niet in ons systeem. Scholen zijn daar nog niet op voorbereid Wanneer een afwijkend patroon gevonden wordt, geven wij zo’n kind al snel een etiket. Het etiket moet hulp bieden aan die kinderen die naast de boot dreigen te vallen. Echter wat we zien is dat een etiket het probleem voor het kind vergroot. Een etiket geeft aan dat het kind anders is. Anders dan de kinderen zonder etiket. Een etiket is een uitzonderingspositie. Het kind hoort niet meer in de veilige wereld van de kinderen zonder etiket. Een etiket vol goede wil, hulp en de beste intenties gegeven vergroot de onveiligheid voor het kind. Ik ben anders dan jij. Ik ben dom.

Gevoeliger
Kinderen in deze tijd zijn gevoeliger. De gevoeligheid maakt dat ze meer waarnemen dan jij of ik. het waarnemen bestaat uit onbewuste signalen opvangen vanuit de omgeving. Ze ‘horen’ gedachten, ze ‘zien’ gevoelens, ze ‘proeven’ toevoegingen in het eten. Deze gevoeligheid maakt dat ze op een dag veel prikkels op hun afgevuurd krijgen. Hierdoor moet hun lijfje hard werken om al deze prikkels te verwerken.

Voor veel kinderen is dat een te grote opgave. Zij leren zichzelf een manier aan waarmee ze zich beschermt voelen tegen deze prikkels. Dit uit zich in druk, teruggetrokken, agressief en bijvoorbeeld depressief gedrag. De druk op deze kinderen wordt vergroot wanneer hun manier van beschermen wordt afgekeurd. Dit resulteert in nog drukker, nog meer terugtrekken, nog agressiever of depressiever gedrag.

Acceptatie
Een kind heeft behoefte aan acceptatie. Niet aan afkeuring. Een kind heeft behoefte aan een liefdevolle omgeving die ruimte geeft om de prikkels te verwerken. Natuurlijk is niet elk gedrag handig. Een beetje begrip waarom een kind onhandig gedrag vertoont helpt het kind in ieder geval zichzelf te accepteren. Acceptatie leidt tot eigenwaarde, zelfvertrouwen. Het maakt het kind krachtig om met zijn handicap om te gaan in plaats van machteloos waarin hij zijn waarde verliest. Met een beetje begrip van de omgeving kunnen deze gevoelige kinderen uitgroeien tot krachtige persoonlijkheden die een waardig plekje in de maatschappij innemen. Met een beetje begrip zou dit jongetje met zijn mooie bruine ogen niet hoeven te zeggen: “Ik ben dom!”