Het bos was blauw en daar vond niemand wat van. Dat was hoe het altijd al was geweest. In de ochtend als de zon opkwam en het geel van de zon zich vermengde met het blauw verscheen er een prachtige groene gloed die ieders hart verwarmde. Ook de harten van de elfjes werden zo iedere morgen verwarmd en met groen gevuld. Dit paste mooi bij hun groene elfenpakjes. Het hele bos werd hier blij en vrolijk van en de elfjes maakten er elke ochtend weer een feestje van.

Maar, één elfje genoot niet zo van het geel van de opkomende zon. Dit kwam omdat ze een rode huidskleur had en deze oranje verkleurde als de zon er fel op scheen. Ze vond haar rode huidskleur al verschrikkelijk, maar nog erger als hij oranje werd en ze verstopte zich dan ook het liefst in de ochtend.

Zo zat ze ook deze morgen weer in een holle boom te wachten tot de zon wat hoger stond en het bladerdek het meeste licht tegenhield zodat ze zich weer vrij kon rond bewegen door het bos in de schaduw. Als ze zich wat onzichtbaar maakte, lieten de andere elfjes haar meer met rust en dat was nu precies wat ze wilde. Ze werd veel uit gelachen door de andere elfjes omdat ze anders was.

Plots hoorde ze wat gestommel en gekuch. ‘Oh, nee’ dacht ze, ‘hebben de andere elfjes nu mijn schuilplaats ontdekt’? ‘Hallo’ klonk het. Het rode elfje hoorde dat dit geen elfenstem was. Heel voorzichtig kroop ze uit haar schuilplaats en stak haar hoofd door het boomgat om te kijken wie daar was. Ze zag twee grote, zwarte schoenen die onder een puntmuts uit staken. ‘ Wie, wie is daar’? vroeg het rode elfje. Twee grote, zwarte ogen keken plots recht omhoog  in de ogen van het rode elfje. Het rode elfje schrok hiervan en tuimelde naar beneden in de holle boom. Buiten hoorde ze een geschrokken stem vragen: “ Gaat het mijn kind’? ‘Wacht, ik klim wel bij je in de boom’. Het rode elfje zei: ‘Maar, wie ben jij’?
‘Ik’? antwoorde de stem. ‘Ik ben Willy de Heks. Sommigen noemen mij de verwilderde heks omdat ik altijd wat rondzwerf, maar verwilderd ben ik niet’!
‘Oké’, zei het rode elfje wat beduusd.  Even later zaten ze samen in de holle boom: het rode elfje en Willy het heksje.

Het was een rare situatie; die twee samen in een boom. Het rode elfje zou normaal gesproken ook niet zo snel met een heks in een holle boom gaan zitten, maar daar zaten ze.
‘Waarom zit jij in deze boom’? vroeg Willy de Heks. ‘Nou’, zei het rode elfje, ‘ik heb een hekel aan de zonsopgang’. ‘Oh, waarom’? vroeg de heks. ‘ Nou, zei het rode elfje ’omdat ik er dan oranje ga uitzien en de andere elfjes mij nog meer uitlachen dan ze anders al doen’.

‘Oh’, zei Willy de Heks. ‘Maar, daar weet ik wel wat voor! Ik ben heel goed in de kleur groen. Ik kan je groen maken als je wilt’!
‘Nou zeg’, dacht het rode elfje. ‘Daar heb ik ook niets aan; van rood naar groen. Dan blijf ik er nog steeds anders uitzien dan de rest’. ‘Kun je geen andere kleur’? vroeg het rode elfje.
‘Nee, helaas niet’, zei Willy de Heks. ‘Ik heb maar heel even les gehad op de heksenschool voordat ik begon te zwerven’. ‘Maar, vertel eens rood elfje, wat is eigenlijk jouw lievelingskleur’?
Het rode elfje moest even nadenken, maar zei toen zonder twijfel: ‘mijn lievelingskleur is turquoise’!
Willy de Heks begon plots heel hard te lachen. Het rode elfje keek de heks verdwaasd aan.
“Weet je welke kleur je krijgt als je groen en blauw mengt’? vroeg de heks.
‘Ja, natuurlijk weet ik dat’ zei het rode elfje. ‘Dan krijg je mijn lievelingskleur; turquoise’!
Willy de heks trok aan het hesje van het rode elfje en zei: ‘Kom, kom eens mee naar buiten’!
Het rode elfje en Willy de Heks kropen uit de holle boom, het bos in. ‘Kijk’, zei Willy. ‘Wat zie je nu om je heen’? ‘ Ja, bos natuurlijk’ antwoorde het rode elfje. ‘Nee, kijk eens goed’! Het rode elfje keek nog eens en plots viel haar de blauwe gloed van het bos op. ‘Ik zie een blauw bos’  antwoorde ze nogmaals.
‘Juist’, zei Willy de Heks. ‘Moet jij je nu voorstellen dat je door dit bos zwiert met je groene kleur. En in de ochtend wordt je alleen maar feller door de zon’!
‘Dan denkt iedereen dat ik turquoise ben!' jubelde het rode elfje.
‘Ja, precies dan denkt iedereen dat je turquoise bent. Je wilt toch niet zo zijn zoals de andere elfjes met hun saaie kleur’?
De ogen van het rode elfje begonnen te twinkelen als ze zich inbeeldde hoe ze zwierig door het bos zou gaan als een turquoise lichtje.
En plots zonder dat ze het zelf doorhad, had Willy de Heks haar huidskleur al veranderd in groen.

Elke morgen vloog ze nu door het bos en stal ze de show want de andere elfjes vonden haar kleur zo prachtig! Ze zouden allemaal wel haar kleur willen hebben, maar Willy was in geen velden of wegen meer te bekennen. Alleen heel af en toe kwam ze nog naar de holle boom om daar samen met turquoise elfje wat te keuvelen en te genieten van haar licht wat zo prachtig scheen. Anders dan de anderen maar prachtig en niet meer alleen.

 

Thamara Buijs

(Thamtijd.nl)