olifantErgens midden in ‘n prachtig groot groen bos speelde ’n lief olifantje op ’n open plek. Zij was alleen, speelde wat met de bladeren en rende van boom naar boom.  Ineens stond ze midden op de open plek stil, ze hoorde  daar iets in de struiken. Het olifantje ging uit nieuwsgierigheid kijken en zag daar ineens ’n klein egeltje. Het huilde en wilde graag naar zijn mama toe. “Nou”, zei het olifantje “weet je nog van welke kant je kwam”?  “Nee”, zei het egeltje verdrietig. Zullen we dan samen op zoek gaan naar jou mama?  Klim maar op mijn rug dan draag ik je ’n tijdje en gaan we op zoek naar jou mama. En zo hobbelde het egeltje mee op de rug van het olifantje. “Mama, mama”, riepen ze steeds samen. En ineens vlak bij ’n grote eik daar zat zijn mama en ze was zo blij dat het olifantje haar kindje had terug gebracht.

Het olifantje  zei  de twee egeltjes gedag en liep weer verder. Zij liep richting de beek die aan de rand van het bos was en plonsde heerlijk even in het water want het was ’n warme dag. Toen het olifantje daar lekker in het water aan het spetteren was, gooide er ineens iemand ’n steentje voor haar in het water. Hé dacht het olifantje wat is dat en keek om zich heen maar zag helemaal niemand. Ze ging weer lekker verder met spelen en spetteren in het water en weer schrok ze op van iets dat vlak voor haar in het water kwam. Wat was dat? En snel keek ze weer om zich heen en zag ineens ’n groene kikker op ’n steen zitten. “Hé, hallo” ,zei het olifantje tegen de kikker,” gooide jij net iets in het water”!  “Ja” zei de kikker,” ik wilde even kijken of je wel oplette”. Huh, dacht het olifantje waarom moet ik opletten, ik was net zo lekker aan het spelen. “Je moet wel opletten, want in het water zitten ook dieren die niet zo aardig zijn”. Oh, dacht het olifantje, ik heb ze nog niet gezien. Maar toch wel ’n klein beetje geschrokken, stapte zij de kant weer op.

“Kikker”, vroeg ze, “weet jij hoe ik wat vriendjes vind waar ik mee kan spelen en die ’n beetje op mij lijken”?  “Nee”, zei de kikker, ”die moet je zelf maar vinden, ik heb nog nooit zo’n olifant als jij gezien met je blauw paarse huid”. Huh, heb ik ’n blauw paarse huid, dacht het olifantje, is dat raar." Maar kikker, waarom vind je mij niet mooi”? “En ben ik niet zoals alle andere olifantjes hier in het bos”.  “Nee”, zei de kikker, “alle andere zijn grijs, net als ’n muis”.

Het  olifantje werd ’n beetje verdrietig en liep verder langs de waterkant. Opeens kwam ze daar ’n schildpad tegen en vroeg, “hé schildpad, vind jij mij raar, heb ik ’n rare kleur huid”?  “Ja”, zei de schildpad, “nu ik je eens goed bekijk is dat wel ’n beetje zo, en eh nog iets, je hebt voor ’n olifant ook best grote ogen”.  En ineens begon het olifantje hard te snikken, en riep:  “niemand vind mij mooi, mijn kleur is niet goed en mijn ogen zijn te groot”.

Huilend en rennend ging het olifantje verder langs de rivier tot ze zo moe was, dat ze struikelde over haar eigen benen en met haar neus op de grond  in slaap viel.

Na ‘n poosje hoorde ze iets zoemen vlak bij haar oor, het was ’n mug. “Hé grotert wat ben je aan het doen”.  “Ik ,ik, ben eigenlijk zo verdrietig mug, de kikker zegt dat de kleur van m’n huid niet mooi is en de schildpad zegt dat m’n ogen ook nog te groot zijn”.

“Kom”, zei de mug, “ga eens recht voor me zitten en laat me je eens bekijken”. “Volgens mij heb je ’n prachtige huid, hij lijkt wel lavendel blauw en zoiets heb ik in m’n hele muggen leven nog nooit gezien”. “En wat was er met je ogen, vond de schildpad die te groot”?  “Ik vind ze juist prachtig en uniek en weet je wat het mooie daaraan is, dat andere dieren daar als eerste naar kijken, ze stralen zo open de wereld in,  ook dat heb ik nog nooit gezien bij andere olifanten”. Het olifantje kreeg er helemaal  wat blosjes van op haar wangen. “Mug”, zei ze, “ik vind jou echt lief”.

“Maar”, zei de mug wat is het probleem?  “Nou, mug, ik ben zo anders als de andere en dat vind ik eigenlijk niet zo leuk”. De mug begon hard te lachen en zei, “nu moet je stoppen hoor olifant, je bent zo prachtig zeg ik net met van die mooie ogen en zo vreselijk uniek, dat moet je van me aan nemen en daar zelf in gaan geloven. Je bent zo uniek omdat je ’n bijzondere olifant bent”.

“Kom op olifant we gaan samen op pad en dan gaan we aan iedereen laten zien hoe uniek jij bent”. De mug ging lekker op de kop van het olifantje zitten en samen gingen ze op pad. Eerst kwamen ze de schildpad weer tegen en de mug fluisterde in haar oor, “zeg het maar tegen de schildpad dat er niemand is met zulke mooie grote ogen”,  en ja hoor, na ’n beetje aarzelen zei de olifant het tegen de schildpad.  Het voelde goed , merkte het olifantje om dat te zeggen tegen de schildpad. En de schildpad kroop met zijn kopje in z’n schild.

“Kom op”,  zei de mug,” we gaan verder”.  Het olifantje begon helemaal te huppelen en daar zat de kikker nog op dezelfde steen langs de waterkant. “Hé, kikker”,  riep het olifantje al van ver, ”hoe vind je m’n lavendelblauwe huid, wat is ie mooi hè, en niemand heeft er zo een, alleen ik”. Het olifantje begon nu helemaal te stralen en voelde zich zo goed. 

De mug die nog steeds mee hobbelde op de kop van het olifantje genoot van haar, ze was nu zo blij met haar lavendel blauwe kleur en mooie ogen die nu zelfs nog groter waren en straalde als warme zonnestraaltjes.

 En toen kwam  er ’n olifant met ’n hele lange snuit en die blies dit verhaaltje     Uit !!!!   

 

Geschreven door Erna Scheltus

www.dekleineindiaan.nl