Een meisje met prachtige donkerrode haren en groene droevige ogen liep in haar eentje op het strand. Ze was niet zo groot en door haar lange jas, leek ze nog kleiner dan ze eigenlijk was. Haar blik staarde vooruit, maar waar ze nou naar keek, kon je niet zeggen. Het leek alsof ze  in een andere wereld liep. Ze zag er een beetje verdrietig uit.

Er was verder helemaal niemand anders op het strand, dan de meeuwen die krijsend boven haar hoofd langs vlogen. Maar het meisje was zo in gedachten dat ze het niet eens opmerkte.

Zo alleen als ze daar was, zo eenzaam voelde ze zich ook. Niet alleen omdat er geen mensen waren in de omgeving, maar ook omdat ze met niemand kon delen, hoe ze zich voelde.

Uren en uren liep ze langs het water tot ze ineens een soort gezang hoorde. Het geluid was zo hypnotiserend, bijna magisch, dat het meisje het in haar verre gedachten kon horen en opkeek. Ver in de grijze zee, zag ze hele zachte kleuren verschijnen vlak boven het water. En hoe langer ze keek, hoe feller de kleuren werden en hoe dichterbij ze kwamen. Alle kleuren vloeiden door elkaar heen en in het midden was een wit licht. Toen de kleuren dichtbij waren, vlak waar de golven stuk sloegen op het strand, wreef ze eens goed in haar ogen. Ze dacht dat ze een zeemeermin zag. Maar dat kon toch niet? Die bestaan toch alleen in sprookjes? Ze wreef nog eens en nog eens, maar de zeemeermin was er echt.

De zeemeermin sprak tegen het meisje. "Dag lieve Elfa, mijn naam is Adaya". Het meisje schrok een beetje. Ze had nog nooit een zeemeermin gezien, laat staan dat ze er eentje hoorde praten die ook nog haar naam wist! Met haar grote groene ogen keek ze naar de zeemeermin en vroeg hoe ze haar naam wist.

"Lieve Elfa dat is niet belangrijk hoe ik jouw naam weet. Wat wel belangrijk is, dat ik kan zien dat je je helemaal niet prettig in je lijf voelt. Het voelt zo zwaar dat ik door jouw energie naar je toegetrokken werd. Je voelt je eenzaam en ik je wil vertellen dat je nooit, maar dan ook nooit alleen bent. Klopt het wat ik zeg?" Elfa twijfelde even en knikte toen zachtjes met haar hoofd.

"Wil je er met mij over praten?", vroeg Adaya. "Ik kan je niet helpen, want jij mag jezelf helpen, maar ik kan wel naar je luisteren en advies geven."

Elfa voelde zich zo naar, dat ze eigenlijk opgelucht was dat er iemand was die naar haar wilde luisteren.  Ze vertelde Adaya dat ze van zoveel mensen altijd haar mond moest houden. Dat haar ouders niet wilde dat ze dingen vertelde vanuit huis, haar vrienden wilden niet dat ze hun geheimen door vertelde. Doordat ze al zo lang haar mond moest houden, voelde het alsof haar lichaam inderdaad heel erg zwaar was. Ze durfde vanuit zichzelf ook niets meer te vertellen. Dus ze zat helemaal vol met verhalen die ze nergens kwijt kon.

"Jeetje Elfa", zei Adaya, "ik kan me voorstellen dat je je zo zwaar en eenzaam voelt. Wat moet het vervelend voor je zijn om je hoofd steeds voller en voller te voelen worden. Daar krijg je hoofdpijn van joh!"

"Het is zo belangrijk dat je in ieder geval je eigen gevoel er ook uit gooit. Hoe meer je binnenhoudt, hoe zwaarder je hart wordt."

"Ik weet dat het moeilijk is om na zo'n lange tijd weer je gevoel te gaan delen, maar wil je het met mij eens proberen? Ik beloof je, je zult je zoveel lichter gaan voelen."

En Elfa begon te vertellen. Hoe verdrietig ze was geweest toen haar oma overleed, maar dat iedereen net deed alsof er niks was gebeurd en iedereen gewoon maar doorging met het leven. Dat als Elfa erover wilde praten, haar werd verteld, dat ze zich niet zo moest aanstellen en gewoon moest doorgaan.

He, dat was fijn om te vertellen. Ze voelde zich al een stukje lichter. En hoe meer Elfa vertelde, hoe lichter ze zich voelde. Zo licht dat ze langzaam begon te zweven. En tegen de tijd dat ze alles eruit had gegooid, vloog ze door de lucht, samen met de meeuwen om Adaya heen.

Haar rode haren wapperden door de wind en haar groene ogen straalden weer. Vanaf nu zou ze altijd vertellen hoe ze zich voelde, al was het maar aan de wind!

 

Laura van Cleef