Er was eeherbert-bear-1-772580-mns een heel lief klein meisje met mooie blonde haartjes. Het meisje viel op door haar prachtige blonde, krullende haren, deze waren heel licht van kleur en glansde prachtig in het zonlicht. Soms als je naar haar kijkt is het alsof je een engeltje ziet. Het meisje kan heel dromerig zijn. Dan droomt ze dat ze in een groot grasveld loopt met alleen maar mooie bloemen en een hele grote boom erin waaronder ze dan kan gaan zitten. Als ze onder de grote boom op het veld zit is ze veilig. Ze zit daar alleen niemand kan bij haar en niemand hoeft iets van haar. Het is een super fijne plek voor het meisje daar is ze het liefst. Alleen onder de boom in het prachtige bloemenveld, het ruikt er heerlijk, ze kan naar de wolken kijken en fantaseren dat ze bijvoorbeeld kan vliegen. Het gevoel van vrijheid als ze zou kunnen vliegen lijkt haar heerlijk. Als het dan te moeilijk wordt in haar andere wereld zou ze zomaar weg kunnen vliegen hoe vet zou dat zijn. Het meisje denkt na over haar leven in de andere wereld en wil daar helemaal niet aan denken maar ze weet dat ze terug moet…..

In de andere wereld is het druk er moet van alles. Het is er zo druk dat het lijkt alsof er nooit tijd is om onder de boom te gaan zitten. Het meisje heeft er moeite mee maar past zich aan. Dit doet ze al een lange tijd. Ze krijgt er buikpijn van en gaat zich steeds eenzamer en anders voelen dan al die andere mensen om zich heen. Het meisje gaat steeds vaker dromen over haar boom en wil daar steeds naar toe. Ze mag dit niet van de wereld om haar heen ze moet in de drukke wereld mee draaien. Het meisje is krachtig en laat de drukke wereld op allerlei manieren zien dat ze het niet kan. Maar die drukke wereld snapt haar niet. Het meisje wordt steeds verdrietiger en raakt helemaal op.

De bloemen in het ooit zo mooie veld lijken ook wel te verwelken en haar in de steek te laten. De ooit zo mooie lekker ruikende plek onder de boom is nu ook grauw geworden en voelt niet meer prettig. Het meisje vraagt zich af waar ze dan toch heen moet keren om zich fijn en gehoord te voelen. Ze is heel verdrietig en ziet het echt niet meer zitten. Ze gaat zichzelf pijn doen en wil stoppen met het leven. Zo verdrietig is ze. Ze is radeloos en de drukke wereld om haar heen lijkt dit ook te zijn.

Verdrietig zakt het meisje op de dorre grond onder de boom neer en begint met huilen, huilen en ze kan niet meer stoppen. Ze huilt zoveel dat er een rivier ontstaat die naar beneden stroomt. Het meisje heeft dat door haar eigen verdriet niet eens in de gaten totdat ze het water hoort kolken op de stenen. Ze kijkt op en schrikt van de woeste rivier die is ontstaan. Ze vindt het erg verwonderlijk dat zij deze heeft gemaakt met al haar verdriet. Ze kijkt ernaar en merkt dat de tranen stoppen met stromen. Ze weet als ze wat stenen weg zou halen uit het water dat dan het water wat rustiger zou gaan stromen want de grote stenen liggen in de weg. Ze stapt op de stenen af en probeert er beweging in te krijgen maar daar is ze te klein en niet sterk genoeg voor. Ze probeert en probeert maar het lukt haar niet. Verdrietig zakt ze door haar knieën en begint weer zachtjes te huilen. Zo zit ze daar een tijdje en weet het echt niet meer. Ze wil zich weg laten drijven door de stroom van de rivier dan hoeft ze niks meer dan is het klaar. Maar is dat wel wat ze echt wil, nee eigenlijk niet maar wat moet ze dan? Ze kan het niet alleen!!!!

Plots herinnerd ze zich haar grote vriend beer, die sterk is en krachtig. Beer is er altijd voor haar geweest. Hij ging mee op vakantie, naar feestje, logeerpartijtjes, hij sliep altijd bij haar. Misschien  kon ze hem om hulp vragen. Maar wat als beer nee zou zeggen of als hij geen zin had wat dan? Nee dat kon ze niet doen straks wijst hij haar af, dat wil ze niet dat overleefde ze niet. Had het meisje nog meer keuzes? Ze dacht na maar kon er geen bedenken. Alleen ging haar dit echt niet lukken. Ze dacht na en bedacht dat beer haar nog nooit alleen had gelaten dus waarom zou hij dit nu wel doen.

Ze raapte al haar moed bij elkaar en ze ging naar hem toe en vroeg hem om hulp. Beer stond gelijk klaar zoals hij altijd al had gedaan. Hij keek haar aan met zijn kraal ogen en het meisje voelde zich veilig en beschermd. "Kom op", zei beer "we gaan deze klus klaren". Samen liepen ze op de rivier af. Beer moest even slikken toen hij de grote stenen zag. Het meisje keek hem hoopvol aan en beer knikte en zei: "het komt goed . Ik ben sterk, ik ben niet voor niks een beer!" Samen gingen ze aan de slag met de grote stenen. Het kostte heel wat kracht en tijd om ze van hun plek uit de rivier te krijgen. Ze hebben samen gehuild, geploeterd en gelachen toen ze aan het opruimen gingen. Met beer heeft ze altijd veel kunnen lachen. Beer had humor vooral veel zelfspot dat vond ze zo leuk aan hem. Beer kon zichzelf met zijn kraal ogen en pindakaas mond vreselijk aanstellen en gek doen dit vond het meisje geweldig. Dat heeft het meisje zelf ook die humor en die zelfspot zelfs als ze het heel moeilijk heeft. Beer was ook lekker rustig die zei nooit niet veel, oordeelde niet over haar. Bij hem mocht en kon ze zichzelf zijn. Beer vond alles goed. Beer sprak haar ook weleens aan op bepaalde zaken maar van hem kon ze dat goed verdragen want beer snapte haar. Die voelde haar aan, wist wat ze nodig had. Het klusje was niet zomaar geklaard. Er waren dagen dat het regende en stormde dan was het zwaar om in de rivier te werken. Maar samen met beer lukte het meisje het om de klus te klaren. Ze was trots op zichzelf en heel dankbaar naar beer. Beer was een goede vriend ze hield echt van hem. Toen de rivier verlost was van de grote stenen was het water rustig en kolkte niet meer. Het was nu rustig en had een gladder oppervlak. Ze keek erna en dit gaf rust dit was wat ze wilde, ondertussen waren ook de bloemen in het veld weer gaan bloeien en was de heerlijke geur van de mooie bloemen weer aanwezig. Ze gaf beer een super dikke knuffel en bedankte hem voor zijn hulp en vertelde hem dat ze veel van hem hield. Ze ging onder de boom zitten om te bedenken wat ze nu wilde gaan doen. Ze moest terug naar die drukke wereld maar hoe?

Ze bedacht een plan. Ze wilde een bootje bouwen waarop ze de rustige rivier op kon en in haar eentje haar riviertje af kon gaan varen op haar tempo, op haar eigen kracht. Ze wist dat ze die had maar had de tijd nodig deze te laten ontpoppen. Het meisje vertrouwde erop dat de drukke wereld haar de tijd en ruimte zou geven om in haar bootje te gaan dobberen zodat ze zelf kan ontdekken wat een prachtig mooi meisje ze is en wat een kracht ze in zich heeft. Ze zal op haar weg in de rustige kabbelende rivier echt nog wel grote stenen en kolkende watermassa’s tegen komen. Maar ze weet nu dat beer er altijd is om haar te helpen dat heeft hij gezegd en hij heeft haar nog nooit in de steek gelaten. Het meisje weet echter nog niet dat beer een deel van haarzelf is maar daar komt ze al varende op haar bootje wel achter.……………

 

Trudy