Het was een stralende, mooie zomerdag. De lucht was helder blauw en er was geen wolkje te bekennen. Het blauwe, magische beertje voelde de warmte van de zon op zijn gezicht. Hij vond het heerlijk, de zomer was zijn favoriete jaargetij. Iedereen was dan veel vrolijker en ook aardiger tegen elkaar. Ze genoten van de warmte, het buiten zijn, het lekker buiten eten zoals ijsjes, barbecue of gezellig picknicken.Iedereen die hij tegenkwam lachte ook tegen hem, of zei heel vrolijk gedag. Het was inmiddels best wel warm geworden door de zon, en het magische beertje was al een tijdje aan het wandelen. Hij kon wel wat verkoeling gebruiken. Hij liep naar een hele mooie en bijzondere plek, één waarvan bijna niemand nog wist van het bestaan. Daarom vond het magische beertje het zo fijn daar. De rust en stilte. Je hoorde alleen de vogels zachtjes fluiten, het geluid van water van de waterval, en hoe het riviertje stroomde. Het was er prachtig met al die mooie verschillende kleuren van bloemen, roze, geel, paars, blauw en groen. De bijen vlogen vrolijk in het rond met zoveel moois om uit te kiezen. Het beetje wou net lekker gaan liggen, toen hij een klein blond  jongetje zag zitten bij de rivier. Hij werd nieuwsgierig, want hij had hier nog nooit eerder iemand gezien. Hij liep zachtjes naar het jongetje toe en zei: " Hallo, wat is het hier mooi op deze plek. Vind je ook niet?" Twee grote groene heldere  ogen keken het beertje een beetje geschrokken aan. Er biggelde een grote traan langs zijn lieve gezichtje naar beneden. Het beertje keek verbaasd. "Ben je een beetje verdrietig?", vroeg hij aan het jongetje. "Ik zie dat je moet huilen." Het jongetje knikte zachtjes. "Dat kan", zei het beertje,"dat heb ik ook weleens." "En soms wil ik er dan over praten maar soms ook niet." "Wil jij erover praten?", vroeg hij aan het jongetje. "Ik weet het eigenlijk niet", antwoorde het jongetje een beetje verlegen. Maar toen opeens begon het hij toch te vertellen dat hij vaak buikpijn had en veel dingen spannend vond. Vooral als ze nieuw waren of als mama en papa er niet bij waren. Dat maakte hem heel verdrietig, want hij wou juist graag die sterke stoere jongen zijn. Het beertje vroeg: "Zie je hoe de zon weerkaatst in de rivier, hoe mooi het water dan glinstert?" "Bijna betoverend", zei het beertje. Dat had het jongetje nog niet eens gezien. Hij was zo in zijn hoofd aan het denken geweest, dat hij nu pas zag op wat een bijzonder plek hij terecht was gekomen. De kleuren van de vele bloemen en de bijen die vrolijk heen en weer vlogen. Hij kreeg een grote glimlach op zijn gezichtje en hij voelde zich al iets rustiger worden. "Ik heb iets speciaals voor je",  zei het beertje. "Wat dan?", vroeg het blonde jongetje nieuwsgierig, en hij sprong op van enthousiasme! Hij haalde zijn hand door het heerlijk, verkoelende water heen en de glinstering van de zon scheen op zijn handje. De beer zei: "Kom maar eens hier,  dan doe ik een cape bij je om." Uit het water kwam een prachtige, doorzichtige cape tevoorschijn. Hij had nog nooit zoiets moois gezien. De cape was doorzichtig maar met wel duizenden glinsters erop. Het beertje zei: "Volgende keer als je iets nieuws heb of iets spannend vindt, denk dan heel diep van binnen aan dit moment." Het beertje deed de cape om bij het  jongetje en zei: "Zo nu kan je alles aan want nu ben je een echte superheld." Het jongetje wat eerst nog zo verdrietig was, stond nu heel rechtop en trots te kijken. Zijn ogen werden nog groter en groener door de weerkaatsing van de zon, maar nog meer omdat hij zich weer opgeladen en sterk voelde. Klaar om de hele wereld aan te kunnen als nieuwe superheld. En zijn buikpijn, die was al een tijdje verdwenen. Dat was een heel fijn gevoel. Samen met het beertje dansten ze vrolijk in de rivier en genoten ze allebei volop van al het moois om hun heen en van elkaar.

 

Kim Roozeboom