Er was eens een jong, wit poesje. Zij was als enige poesje geboren uit twee lieve katten, die heel goed samen konden spelen, maar eigenlijk iets te jong een nestje hadden getracht te bouwen. Een tijdje na de geboorte van het poesje besloten papa en mama poes dat ze toch niet samen konden blijven. Zo bleef het poesje alleen, zonder broers of zusjes waar ze mee kon stoeien, vechten, spelen of leren hoe ze moest klimmen. Dat vond het poesje wel een beetje jammer, maar het had ook zeker voordelen: ze mocht zowel met mama kat als met papa kat op reis naar de buren, ze had twee slaapplaatsen en papa en mama kat vochten gelukkig niet met elkaar als ze elkaar zagen. Ze verzorgden elkaar zelfs nog, deelden de Whiskasbrokjes en keken trots naar hun kleine poesje als ze een muis had gevangen of hoog in een boom durfde te klimmen.

Het poesje werd ouder, sterker en groter en leerde heel veel. Ook kwam ze er achter dat er verschillende katers in de buurt woonden die haar met veel interesse volgden. Ze speelde al jaren met de kat van de buren, die even oud was en dezelfde speeltjes leuk vond. Maar nu ze voor het eerst van mama kat, waar ze bij woonde, alleen op pad mocht en soms zelfs nachten niet thuis kwam en een beetje door de buurt heen aan het zwerven was, vond ze haar trouwe buurkat een beetje saai worden. Hoe meer ze door de buurt zwierf, des te meer interessante andere katten ontmoette ze, die haar een wereld lieten zien die zij nog niet zo goed kende. Ze vonden haar een aantrekkelijke kat en een durfal en de vrijheid lonkte steeds meer.

Op een goede nacht liep zij over een muur, verder dan zij ooit van huis geweest was en zij zag een silhouet van een prachtige zwarte kater in de verte. Hij zat rechtop, doodstil en keek naar de maan. Het poesje kwam voorzichtig dichterbij en bekeek de mooie, ranke, zwarte kater met bewondering. Hij was duidelijk ouder dan zij en zo anders dan de vorige katjes waar zij altijd mee speelde en die probeerden haar aandacht te krijgen. Zij gaf die aandacht altijd wel en was soms ook echt verliefd, maar dit was wezenlijk anders. De kater zag haar nu naderbij komen en was meteen gecharmeerd van het ranke witte poesje. Al mauwend stelde hij zich voor en wilde haar meteen meenemen naar de buurt waar hij vandaan kwam. Het poesje was meteen zo hoteldebotel verliefd dat ze met hem mee ging en ze speelden de hele nacht met elkaar. Nachten lang bleef het poesje bij de stoere kater en beleefde de meest romantische en opwindende dingen. Wel merkte zij dat de kater het belangrijk vond dat ze achter hem bleef lopen en zich niet te veel met zijn zaken bemoeide. Hij vocht een andere kater van zijn terrein af en was daarna zo moe dat hij in een schuur verdween en het poesje, die helemaal was komen lopen van haar huis om hem op te zoeken, liet hij buiten staan. Al deed het poesje nog zo haar best, hij was de aandacht voor haar verloren en leek ineens zijn neus op te halen voor alle pogingen die zij ondernam om zijn belangstelling weer aan te wakkeren. Het kleine poesje had dit nog nooit meegemaakt. Van jongs af aan had zij altijd heel veel belangstelling gehad van katers en als zij er geen zin in had, bepaalde zij of ze nog met die katers om ging of niet. Nu was ze verliefder dan ooit en had het idee dat ze nog lang niet een serieuze relatie had met de mooie kater, maar hij moest haar niet meer. Met een gebroken hart liep het witte poesje terug naar haar moeders huis en huilde uit bij mama kat. Die bleek heimelijk blij, want zij was de arrogante, zwarte kater al een paar keer op straat tegengekomen en was niet echt van hem gecharmeerd. Zij had al gemerkt dat haar dochter niet echt respectvol werd behandeld en vond de relatie niet in balans.

 

Het kleine poesje was dagenlang totaal van de leg en kwam haar mandje niet uit. Eten deed ze nauwelijks en ze dronk alleen het strikt noodzakelijke water of melk dat ze kreeg. Na een week treuren besloot ze dat dit ook niet de oplossing was en zij ging te rade bij een oude wijze kater die een stuk verderop woonde. De kater ontving het poesje en luisterde naar haar verhaal. Los van haar gebroken hart bleek alle vastigheid van de huizen van mama kat en papa kat ook op losse schroeven te staan. Zij voelde zich totaal ontheemd en verloren en was haar gevoel van houvast kwijt. Ook voelde ze zich klaar om zich los te maken en wilde graag een ander baasje hebben, waar ze bij zou kunnen wonen. De oude wijze kater liet haar zien dat het tijd werd om haar eigen weg te zoeken en haar innerlijke kracht te vinden, juist zonder partner. Die kater kwam dan vanzelf wel als de tijd daar rijp voor is. Zij besloot vervolgens met haar moeder te praten en te zeggen dat ze graag een ander baasje wilde, zodat ze op zichzelf kon wonen. Het gesprek met de wijze, oude kater sterkte haar enorm en zij vond het heel spannend om de stap te maken. Tegelijkertijd merkte ze wel dat het hoog tijd was om zelfstandig te worden en had ze er veel zin in. Binnen een week woonde ze bij de zus van de mevrouw waar ze in huis geboren was in een andere stad. De andere stad was echt verschillend van de buurt die ze gewend was en ze vond alles even uitdagend en spannend. Zij leerde veel en maakte in korte tijd een stap in volwassenheid. Langzamerhand kreeg zij weer contact met nieuwe katten en vond uiteindelijk de kater die haar gelukkig maakte en jonkies schonk.

Geschreven door Leontien Hubrecht