Er was eens een bezig bijtje. Zij vloog lekker rond en botste vlak bij een zonnebloem tegen een leuke dar aan. Zonder er al te veel bij na te denken ontstond er een gezoem en gegons en voordat zij er erg in had werd zij bevrucht door de dar. Eigenlijk was zij er nog niet aan toe om al kleine bijtjes te krijgen en de dar al helemaal niet, maar ze besloot dat zij zo blij was met het feit dat ze überhaupt kleine bijtjes kon produceren dat zij zich terugtrok in de bijenkorf om alleen het babybijtje te krijgen en op te voeden.

Vlak na de geboorte van het lieve meisjesbijtje ontmoette zij opnieuw een stoere dar, die het meisjesbijtje adopteerde en met wie zij drie andere lieve meisjesbijtjes kreeg. Het oudste meisjebijtje zag er anders uit dan de andere drie. Ze was donkerder van kleur en had een iets andere vorm strepen op haar rug. Naarmate zij ouder werd en er langzamerhand veranderingen gingen optreden in haar uiterlijk werd zij soms wat onzeker over haar bestaan. Ze begon zich aantrekkelijk te voelen ten aanzien van de darren, terwijl haar drie jongere zusjes daar nog totaal niet mee bezig waren. Ze zat uren in haar raampje van de bijenkorf en was bezig met haar uiterlijk, was ze wel schoon, rook ze wel fris, waren haar strepen wel normaal, groeiden  haar poten niet te snel en kon ze wel een beetje elegant boven de bloemenvelden dansen? Om maar te zwijgen van haar honing productie, ook daar had ze enorme twijfels over.

Ze wist dat mamabij en haar adoptie papabij heel veel van haar hielden en zich voldoende met haar bemoeide, zonder continu op haar bijenkopje te zitten, maar toch werd ze soms overspoeld met twijfels. Ze ging naar de bijenschool voor oudere bijen, terwijl haar drie jongere zusjes nog van harte dartelden op de lagere bijenschool. Ineens was zij één van de jongste bijtjes in plaats van één van de oudsten en dat voelde best raar. En wat een mooie, grote, ‘volwassen’  bijen zaten er op die nieuwe school... Het leven werd ineens een stuk serieuzer en ze was veel tijd kwijt met het leren om te leven als een volwassen bij.

Toen gebeurde iets verschrikkelijks en onverwachts. Haar jongste bijenzusje, net op de lagere bijenschool zat, dus nog echt best klein, werd plotseling ernstig ziek. Ze klaagde al een tijdje over haar vleugels, die gingen niet goed open en dicht en ze kon niet zo hoog meer vliegen, maar iedereen dacht dat dat normale dingen waren voor een klein bijtje en te maken had met het feit dat ze een snelle groeiontwikkeling doormaakte. Het leven, wat het oudste bijenzusje toch momenteel als niet echt gemakkelijk ervoer, veranderde totaal. Haar mama en adoptie papa waren heel erg bezorgd en verdrietig en haar jongste zusje lag ineens gedurende een lange tijd in het bijenziekenhuis.

Het was totaal onzeker wat er nu precies aan de hand was, maar duidelijk was voor iedereen in het bijengezin dat het ernstig was en een lange tijd zou gaan duren. Het oudste bijenzusje voelde zich zo verschrikkelijk schuldig, verdrietig en bang. Verdrietig en bang omdat ze haar jongste zusje de meest verschrikkelijke behandelingen zag ondergaan, waarvan ze voorheen het bestaan niet eens wist. Het jongste zusje verloor al haar zachte bijenhaartjes en had nauwelijks kracht meer om haar vleugels te verroeren. Het schuldgevoel kwam voort uit het feit dat ze de aandacht van haar ouders miste, die zij nu ook zo erg nodig had en tegelijkertijd ten zeerste besefte dat het logisch was dat al die aandacht nu naar haar jongste zusje ging.

Het jongste zusje had dag en nacht verzorging nodig en die werd door de bijendoktoren en verpleging gegeven, maar ook door haar moeder. Het ritueel van elke week een ochtendje samen met haar moeder naar een speciaal mooi bloemenveldje vliegen schoot er nu elke keer bij in. Haar verhalen over de nieuwe bijenschool kon ze ook niet meer bij haar moeder kwijt, in ieder geval niet op de momenten dat zij er zelf behoefte aan had. Haar adoptievader was wel vaker in de bijenkorf en gaf haar de nodige aandacht, maar haar twee andere zusjes waren veel drukker dan zij en trokken alle aandacht naar zich toe. Daarbovenop kwam de angst en zorg om haar jongste zusje. Soms was ze een paar dagen tussen de bijenziekenhuisdagen terug in de bijenkorf, maar dan moest ze met veel voorzichtigheid verzorgd en omringt worden. Haar vleugels waren heel fragiel en haar naakte bijenlijfje zag er kwetsbaar uit.

Haar bijenouders hadden wel duidelijk gemaakt dat ze echt heel ziek was en dat er ook wel een kans bestond dat ze niet beter zou worden. Het oudste bijenzusje kreeg er nachtmerries van, wat moesten ze nu als haar jongste zusje doodging? Wat bleef er dan van het gezin over? En hoe moest het met haar? Ze had net een jonge dar ontmoet met wie ze af en toe lange vluchten maakten over de weiden, dat had ze haar ouders nog niet eens verteld. Ergens ver weg en diep onderdrukt was er ook nog wel een soort boosheid, waar ze eigenlijk niet aan wilde toegeven en waar ze zich nog schuldiger over voelde. Waarom gebeurde haar dit? Waarom overkwam haar familie dit? Waarom haar zusje? Allemaal vragen waarop ze geen antwoord en eigenlijk ook geen raad mee wist.

Op een nacht droomde ze dat de bijenkoningin, die ze pas één keer gezien had, naar het bijenziekenhuis vloog en haar zusje uit het ziekenbedje oppakte. Haar zusje deed haar oogjes open en lachte gelukzalig naar de bijenkoningen en vroeg: "Koningin, wat gaat u met me doen?” De koningin antwoordde: “Liefje, ik neem je mee naar de prachtigste bloemenweide die je ooit hebt gezien, daar krijg je weer vleugels die kunnen vliegen en haartjes op je lijfje en hoef je geen pijn meer te lijden.” Haar zusje zei: “Is dat eng om daar naar toe te vliegen? Wat gebeurt er dan met me?” En het oudste bijtje gilde in haar slaap: “Nee, nee, niet weggaan met de bijenkoningin!! Blijf bij ons!” Het jongste zusje keerde zich toen naar het oudste zusje en zei heel kalm: “Lieve zus, het is goed als ik blijf, als ik weer normaal kan vliegen en geen pijn meer lijd, maar als ik zo veel pijn blijf lijden en me zo ziek blijf voelen, dan vind ik het helemaal niet erg om naar die mooie bloemenweide te gaan. Maak je alsjeblieft om mij geen zorgen. De koningin is er om mij te beschermen”. De koningin hield het bijtje voorzichtig vast en vloog door het bijenziekenhuisraam weg. Het oudste bijtje huilde en werd wakker van haar eigen tranen. Opeens voelde ze zich rustig worden en bekeek haar eigen volwassen geworden bijenlijfje. Ze streek langs haar mooie vleugels en bewonderde de prachtige strepen op haar lijf. Ze dacht terug aan de droom. Ze was opeens veel minder bang voor de toekomst. Als haar zusje beter werd zou het prachtig zijn, maar als dat niet het geval zou zijn, dan zou ze naar de mooie bloemenweide gaan en onder de bescherming staan van de bijenkoningin. Ze zou zonder pijn en met geheelde vleugels weer kunnen vliegen van bloem tot bloem en stuifmeel kunnen verspreiden. Zij, haar zusjes en ouders zouden haar niet meer zien en haar verschrikkelijk missen, maar het zou goed zijn op die manier.

Ze vloog naar buiten, haar bijenraam uit en vloog naar het bijenziekenhuis. Daar aangekomen lag haar zusje naar buiten te kijken. Ze ging zachtjes zoemend boven haar zusje vliegen en lachte haar toe, haar zusje lachte terug.

 

Geschreven door Leontien Hubrecht