zigeunersEen zigeunerfamilie trekt door het land. Een vader,de zigeunerkoning had de verantwoording van het reizende gezelschap. Zijn vrouw zorgde voor het gezin / huishouding, de woonwagen en het wel en wee van de andere reizigers.
Het reizende gezelschap had het niet makkelijk gehad,veel ontberingen doorstaan. De zigeunerkoning was er altijd voor hen geweest en had veel compassie met het leed wat voorbij kwam; dat en de dagelijkse werkzaamheden namen veel van zijn tijd in beslag.
Ze hadden 4 kinderen; Marja, de oudste zus, Freek en Frank, de oudere broers en Elfriede het jongste meisje. Elfriede is nu 13 jaar. Ze leefde in haar eigen wereld. Er werd goed voor haar gezorgd, maar ze moest als dochter van de zigeunerkoning ook altijd het goede voorbeeld geven. Ze zag gebeuren dat haar broers en zus zich niet aan de regels hielden en hoe de zigeunerkoning dit afstrafte met woorden en heel soms ook met een pak slaag. Hij moest een goede reputatie hoog houden. Dat maakte Elfriede heel verdrietig en ze zorgde er voor dat op haar niets aan te merken viel. Ze was lief en gehoorzaam en deed goed haar best op school, hielp haar moeder en hield zich verder maar stil.

Er kwamen veel mensen in hun woonwagen langs met hun zorgen en problemen.
Zoals de leeuwen koning, die een kind had met een handicap; de zigeunerkoning maakte aanpassingen in hun woonwagen om het ze gemakkelijker te maken. En een vrouw die ziekelijk was en vaak naar de dokter moest; de zigeunerkoning reed haar er naar toe.
En altijd weer maakten de zigeunerkoning en de moeder hier ruimte voor; ze waren geliefd en graag gezien. Maar Elfriede en de andere kinderen zagen ze niet echt en ook niet wanneer ze zich verdrietig voelden, zij hadden het gevoel dat de anderen altijd belangrijker waren dan zijzelf.

Elfriede dwaalde vaak door het zigeunerpark. Ze ging vaak naar de clown, die haar aan het lachen maakte en naar de paardenverzorger, die werkelijk met de paarden kon praten.
Daar kon ze even zijn die ze wilde zijn. Vol bewondering voor het talent wat ze hadden om mensen blij te maken en om dieren te kunnen / willen begrijpen. Ze zou dit zelf ook wel willen, maar haar vader wilde dat ze meer van haar leven maakte, doorleerde en later werk met aanzien zou krijgen binnen het gezelschap.
Ze zag vanuit haar raam ’s avonds ook altijd vrolijke mensen bij het kampvuur zitten; lachend, pratend, drinkend, gitaarspelend en dansend om het vuur. Van haar vader mochten zij en haar broers en zus echter niet bij het kampvuur komen. Zo werd het dat ze soms stiekem de woonwagen uitglipte en de clown en de paardenverzorger opzocht en soms ook bij het kampvuur zat als haar ouders elders waren. Daar waar ze zichzelf mocht zijn, niets hoefde en geaccepteerd werd om wie ze was.

Van de clown leerde ze dat hij ook wel verdrietig was maar dat het aan het lachen krijgen van mensen hem hielp zijn eigen verdriet even te vergeten en dat de mensen hem waardeerde om zijn talent. Omdat hij dat zo goed kon vergaf de zigeunerkoning hem zijn losbandige leven dat hij leidde.

Van de paardenverzorger hield ze het meest; hij was zachtaardig, maakte altijd tijd voor haar en leerde haar hoe ze met dieren kon praten. Dit maakte dat ze haar gedachten en gevoelens steeds meer en beter ging uiten en ook de gave ontwikkelde om dieren te helpen die ziek waren, die zich anders gedroegen of niet meer wilde presteren / werken. Maar ze vond zichzelf nooit goed genoeg om dit aan de buitenwereld te laten zien hoezeer de paardenverzorger hier ook op aandrong en zei dat hij in haar geloofde. Haar vader zou dit nooit goed vinden,ze durfde het hem ook niet te vragen.
De jaren gingen voort.

Op een nacht droomde Elfriede van het zigeunermeisje dat als portret boven haar bed hing. Ze was bijna een engelachtige verschijning en Elfriede keek vol bewondering naar haar op. In een droom trok haar jonge leven aan zich voorbij, zij zag hoe goed ze altijd was voor anderen, de talenten die ze had met dieren en zag dat ze langzamerhand verdween in het beeld van het zigeunermeisje op het schilderij; dat was zij! Ze bewonderde zichzelf.
Met een schok werd ze wakker;dit was haar kracht die ze altijd al in zich gehad en waar ze in verder wilde..
Het was tijd om op eigen benen te staan, te staan voor haar eigen keuzes en wat zij belangrijk vond. En hoe moeilijk ze dit ook vond, dit ging ze vertellen aan haar ouders.
Ze werd dieren verzorgster van alle dieren in het kamp,deed goed en ontmoette goed, voelde zich sterk en merkte dat anderen naar haar wilde luisteren om wat zij te vertellen had. En de avonden bracht ze nu vaak door bij het kampvuur. Het vuur laaide daar soms hoog op van vreugde, passie, muziek en zang en ze genoot ervan.
Josè