Er was eens een kleine/grote dinosaurus. Hij heette Willem en hij was al weer 8 jaar. Willem had een vader en een moeder en 1 broertje. Willem was een sterke dino en leek veel op zijn vader. Hij zag er prachtig uit, met mooie groen/ bruine kleuren, haarscherpe tanden en een staart die dreigend heen en weer zwaaide. Willem droomde vaak over groter worden. En over net zo sterk en gerespecteerd te worden, als zijn vader. Zij woonden met zijn allen in een vallei. Met veel bergen om hen heen. Het was er groen en prachtig.

Het kleine broertje van Willem heette Taro. En Taro zag er net zo uit als Willem.  Maar hij was niet zo sterk en eigenlijk was Taro gewoonweg onhandig. Een beetje sloom was hij ook. Als je hem iets vertelde dacht Willem wel eens….halloooo….is daar iemand binnen in dat hoofd? Omdat Taro dan niet meteen reageerde. Ook al was Taro al 4 jaar, nog moest zijn moeder hem vaak voeren. Maar met Taro kon je wel heel veel plezier maken. Taro had namelijk veel fantasie. Altijd wist hij wel wat te bedenken. Een modderbaan om vanaf te roetsjen bijvoorbeeld, of ze verfden alle bloemen in het bos een andere kleur en soms keken ze uren samen naar de wolken om te zien welk dier ze er in zagen. Taro kon ook heel goed knuffels geven, en dat deed hij ook vaak en dat voelde altijd zo grappig en fijn. Altijd als ze samen speelde ging de tijd snel. En als ze gingen slapen lagen ze altijd dicht bij elkaar. Ze keken dan tevreden naar de maan en de sterren. Luisterde naar het zachte praten van vader en moeder, en zo dommelde ze dan in slaap. Veilig en onbekommerd….

 

Het probleem begon eigenlijk toen Taro groter werd en hij van moeder ook met Willem mee mocht om te spelen met vriendjes en vriendinnetjes. Ze gingen dan samen op pad. En Willem zorgde goed dat Taro geen gevaarlijke dingen ging doen, en dat hij nergens alleen achter bleef. Het probleem, waar Willem niet meer van kon slapen was namelijk dit: andere dino kinderen vonden Taro maar raar. 'Slome sukkel', zeiden ze soms tegen hem. 'Hij spoort zeker niet helemaal?', vroegen ze hem dan. Willem wist eerst niet zo goed wat ze nou bedoelde. En hij piekerde daar over in zijn bed. Soms mocht Taro niet mee doen met hun spelletjes. 'Daar snapt hij toch niets van', riepen ze dan. 'Als we ons gaan verstoppen en hij moet ons zoeken, staan we er morgen nog…..' En dan moesten ze lachen.

Hij voelde wel, dat het allemaal niet zo leuk bedoelt was van de andere dino’ s. Hij vond zijn broertje soms ook irritant maar hij hield wel veel van hem. En  hoe zat het dan met al die lieve knuffels die hij van hem kreeg, en de spelletjes die hij juist heel goed kon doen met Taro? Hij piekerde daar maar over maar durfde het niet met zijn vader en moeder te delen. Hij dacht, dat ze daar wel erg verdrietig van zouden kunnen worden. Want zeiden zei niet iedere dag hoeveel ze van Taro en hem hielden?

Soms werd hij boos op zijn vriendjes en vriendinnetjes. 'Waarom laten jullie hem niet met rust!', schreeuwde hij dan. 'Hij doet toch niets verkeerds?'

Maar het leek wel alsof het steeds erger werd, dat plagen en buiten sluiten van Taro. En Willem begon soms ook een beetje mee te schelden op zijn broertje. Want door Taro, wilde de anderen ook niet altijd meer met hem spelen. Dan snauwde hij Taro af, hoewel het echt niet fijn voelde dat te doen. Hij voelde het zelfs helemaal tot in zijn buik als hij het deed.

 

Op een ochtend, toen Willem weer niet goed geslapen had, en weer had liggen piekeren over het probleem met Taro, stond hij op en liep naar de rivier. Daar ging hij zitten en de tranen liepen over zijn wangen.

In de verte zag hij een oude dino aankomen. Snel veegde hij zijn tranen weg en stond op. Hij wilde weg lopen maar struikelde. 'Ahhhhh', riep hij. 'Ahhhhh', hoorde hij terug. Hij keek naar de oude dino die nu dichtbij was gekomen. Nieuwsgierig riep Willem naar hem: ''Wie ben jij?' Maar alles wat hij hoorde was: 'Wie ben jij?' 'Lafaard', riep Willem nu naar de dino. 'Lafaard', hoorde hij terug. Vragend keek hij de dino aan. Deze glimlachte en zei: 'Ik was het niet hoor, maar let maar eens op….'

Vervolgens riep de oude dino: 'Ik bewonder jou!' En een stem antwoordde: 'Ik bewonder jou!' Toen riep de dino: 'Jij bent prachtig'. En weer hoorde Willem een stem die zei: 'Jij bent prachtig!'

En de oude wijze dino legde hem uit: dit noemen wij  een echo maar het is eigenlijk “het leven”. Het leven geeft jou altijd terug wat jij geeft. Het is als een spiegel.

Wat jij het leven geeft, geeft het leven weer aan jou terug.

'Geldt dat voor alles wat ik doe en zeg?', vroeg Willem aan de oude dino. 'Ja dat klopt', zei deze: 'Dat geldt voor alles'. Hij bedankte hem hartelijk en hij rende naar huis, buitelend en vrolijk. Want hij had een oplossing voor zijn probleem gevonden.

 

De eerste volgende keer toen hij samen met Taro en zijn vriendjes en vriendinnetjes ging spelen en ze deden lelijk tegen Taro, schreeuwde hij hard: 'Ik vind Taro lief!' En de echo zei terug: 'Ik vind Taro lief!' 'Ik vind Taro geweldig', schreeuwde hij er achteraan. 'Ik vind Taro geweldig,  zei de echo dan. De andere kinderen keken eerst stomverbaasd maar toen begonnen ze dat ook te roepen: 'Ik vind Taro lief', en de echo antwoordde: 'Ik vind Taro lief'. 'Ik vind Taro geweldig', en de echo riep terug 'Ik vind Taro geweldig'. Wat een geweldig spel was dit. En iedereen werd er ook zo blij van. Ze riepen nu ook lieve en mooie dingen over zichzelf, en de echo riep hetzelfde telkens weer terug.

En zo veranderde alles. En Willem begreep dat wat je zelf laat zien en horen aan anderen, ook zo aan jou wordt terug gegeven. Wat een wijze les!

 

Jolanda Settels