Lang, lang geleden besluit een Kleine Ninja lessen te gaan nemen bij een grote, bekende Ninja school. Hij wil namelijk heel goed worden in het “Ninja zijn”. Op de Grote Ninja School schrijft een meneer zijn gegevens op en geeft hem een rondleiding op de school. Op elk plekje zijn andere ninja’s aan het trainen en oefenen en de Kleine Ninja is erg onder de indruk. Zo goed wil hij ook worden! Hij mag ook blijven slapen op de Grote Ninja School, want alle leerlingen blijven daar tot ze klaar zijn met de opleiding.

De volgende dag krijgt hij zijn eerste les. Alleen... hij bakt er niets van! De andere leerlingen lijken al zo veel verder dan hij! Hij wil wel heel graag, alleen het lukt niet. Een minuut op één been staan, een minuut op het andere been staan, zonder om te vallen, het gaat gewoon niet. En nu durft hij niet meer. Bang dat de anderen hem uitlachen. Hij wil het graag in één keer goed doen. En dat lukt niet… Wat nu? Hij vraagt aan de leraar of hij even naar het toilet mag, want dan hoeft hij niet meer mee te doen met de oefening. En dat mag. Gelukkig maar! Zo langzaam als hij kan, schuifelt hij richting het toilet. En net als hij het bochtje om is, uit het zicht van de leraar en andere leerlingen, ziet hij opeens een andere ninja. Deze man ziet er erg stoer uit, en kijk eens, hij staat gewoon op zijn tenen op één voet en zijn andere been is gestrekt in de lucht! En hij blijft gewoon zo staan!

De Kleine Ninja telt de seconden af totdat de Grote Ninja opeens zijn kant opkijkt, gewoon gaat staan en hem aanspreekt. “Kan ik je ergens mee helpen, zoek je iets?”, vraagt hij. De Kleine Ninja wordt helemaal rood van schaamte en weet niet zo goed wat hij moet zeggen. Maar de Grote Ninja is heel erg aardig en rustig en vraagt of de kleine ninja even bij hem wil komen. De Kleine Ninja schuifelt verlegen naar de Grote Ninja toe en de Grote Ninja buigt door zijn knieën, zodat hij op ooghoogte komt. “Vertel me maar, Kleine Ninja, wat is er aan de hand. Je zit ergens mee en als je het niet vertelt, blijf je er last van houden”. De Kleine Ninja vertelt dat het zijn eerste dag is en dat hij meteen al bij de eerste oefening omviel en dat hij nu niet meer durft. De andere leerlingen kunnen de oefening wel en hij is bang dat ze hem uit gaan lachen. De Grote Ninja glimlacht en zegt: ”ik weet precies wat je bedoelt, ik was ook zo! Ik wilde alles de 1e keer meteen goed doen, omdat ik wilde dat de leraar trots op me was. En dat ging een tijdje goed, totdat ik een foutje maakte en omviel. Met tranen in mijn ogen stond ik weer op en weet je wat mijn leraar toen zei? Ik ben TROTS op je! Ik begreep er niets van. Maar hij legde het uit. In je leven zijn er heel veel eerste keren. Er is altijd iets dat je voor de eerste keer doet. En als je iets voor de eerste keer doet, is de kans heel groot dat je een foutje maakt. En dat is prima! Want daar leer je juist van! Dus de leraar was trots dat ik iets deed wat ik nog niet kon. Én dat ik weer opstond en verder ging. Ga maar eens na in je eigen leven. Er is een moment geweest dat je voor het eerst ging kruipen, staan, iets vastpakken, iets optillen, tekenen, lezen, schrijven, lopen, springen, en ga zo maar door. De eerste keer dat je ging staan, ben je waarschijnlijk terug op je billen gevallen, omdat je nog niet geleerd heb je beenspieren op die manier aan te spannen, om je evenwicht te bewaren, en hoe je dat allemaal samen moet gebruiken. En daar leer je dan van dat het zo niet moet, en krijg je een idee hoe het anders kan. En je blijft gewoon doorzetten totdat het lukt! En zo is het ook met de oefeningen hier. Je bent hier om te leren, om beter te worden. En dat betekent dat je veel oefeningen voor de eerste keer doe. En dat betekent dus dat je veel kunt leren! En alles begint met het eerste stapje. Als je 1 minuut op een been moet staan, en je valt na 10 seconden om, heb je al geleerd hoe je 10 seconden kunt blijven staan. En daar mag je trots op zijn. De volgende keer kan je dan kijken hoeveel langer je kunt blijven staan. Op een gegeven moment kon ik het wel een uur volhouden! Toen zei de leraar: “Heel goed, nu hetzelfde, maar dan terwijl je op je tenen staat!”. Ik viel meteen na 10 seconden om. Ik wilde zeggen dat het onmogelijk was, maar toen opeens herinnerde ik weer mijn eerste les en wist ik dat ik moest blijven oefenen en dat het dan ook zou gaan lukken. En nu kan ik dat ook bijna een uur.”

De Kleine Ninja luisterde aandachtig zonder een woord over te slaan. Hij hing bijna een de lippen van de Grote Ninja. “Dus ik ben hier om foutjes te maken?” vroeg hij vol verbazing aan de Grote Ninja. “Heel goed, je hebt het begrepen , geslaagd voor je eerste, belangrijke les! Ga zo door mijn vriend!” antwoordde de Grote Ninja. De Kleine Ninja haastte zich terug naar zijn klasje, ging in de positie staan, viel om, stond weer op en ging weer staan. De leraar keek eerst wat verbaasd, keek toen naar de Grote Ninja en glimlachte. Deze kleine grote man komt er wel, dacht hij. En wanneer hij en de Kleine Ninja elkaar aankeken, glimlachten ze allebei. Jaren later zag de Grote Kleine Ninja een klein jongetje vol bewondering naar hem kijken hoe hij meer dan een kwartier op zijn tenen stond, terwijl zijn andere been gestrekt in de lucht was en hij kon een glimlach niet onderdrukken….

 

Touria Hader