Juf Anna heeft 25 kinderen in haar klas. Ieder kind werkt vanuit een basisemotie. Bij het ene kind  is het duidelijk te zien welke emotie dit  kind tot werken zet. Bij een ander kind is dat weer een stuk lastiger.  Het gedrag van een kind laat zien vanuit welke emotie hij of zij handelt. Dit gedrag is het meest prominent ten tijde van stress. Wanneer juf Anne een proefwerk geeft, weet ze precies hoe elke leerling reageert en waarom hij of zij zo reageert. Hierdoor kan ze snel en efficiënt reageren wanneer het gedrag het kind in de weg staat.

Marjolein is een rustig meisje. Ze valt niet erg op in de klas. Juf Anna betrapt zich er op dat ze wel eens vergeet dat Marjolein ook nog in de klas zit. Marjolein heeft de gave zichzelf onzichtbaar te maken, waardoor je haar gemakkelijk over het hoofd ziet. Dat is ook precies wat Marjolein wil. Ze hoeft niet op te vallen. Sterker nog, opvallen vind Marjolein heel eng. De wereld om haar heen is hard en vol conflicten, en als Marjolein een ding niet wil dan is dat wel een conflict veroorzaken. Ze is heel bang dat ze op een dag in een conflict getrokken wordt, zonder dat ze dit doorheeft. Daarom heeft Marjolein ook twee voelsprieten ontwikkeld, waarmee ze een conflict al van kilometers afstand aan voelt komen.

Het klinkt misschien raar, maar Marjolein gebruikt de emotie boosheid om zichzelf niet te laten zien. Boosheid is haar drijfveer, maar wanneer ze hem zou voelen, zou dat gelijk haar angst voor conflicten naar boven halen. Marjolein onderdrukt dus haar eigen drijfveer boosheid en ze kan dat zo goed, dat ze ook geen enkel idee heeft dat ze wel eens boos is. Boosheid is volkomen vreemd voor haar. Ook de mensen om haar heen vinden haar een zacht, lief meisje. Het onderdrukken van haar eigen boosheid heeft wel een schaduwkant. Naast boosheid onderdrukt Marjolein zo'n beetje haar hele persoonlijkheid. Het is moeilijk te doorgronden wie ze nu is, en wat ze echt leuk vind. Marjolein laat zich meestal gewoon meevoeren in het spel van de kinderen om haar heen, en wat zij leuk vinden, vind Marjolein ook leuk. Zonder daar een echte mening over te hebben.

Marjolein vind het dan ook wel prima op school. Ze gaat braaf elke dag heen en is op school een vrolijk meisje dat meedoet met de anderen. Wanneer de school afgelopen is, gaat Marjolein vaak naar haar echte vrienden. De paarden. Ze kan uren op de manege rondlopen. Wanneer Marjolein bij haar paarden is, dan is ze in haar element. Hier hoeft ze niet bang te zijn voor een conflict.  Juf Anna weet dit. Ze moedigt Marjolein altijd aan om iets over haar paarden te vertellen. Hierdoor heeft juf Anna even het gevoel dat ze echt contact heeft met Marjolein. En dat echte contact is heel kostbaar voor juf Anna want meestal zit Marjolein in haar eigen wereldje.

In de klas doet Marjolein gewoon lekker mee. Ze kan prima leren en ze ligt sociaal ook goed bij de andere kinderen in de klas. Wanneer er spanning heerst in de klas, bijvoorbeeld wanneer er een proefwerk gegeven wordt, is Marjolein de rust zelve. Door haar rust worden de andere kinderen ook rustiger. Ze heeft een groot inlevingsvermogen en kan door haar aanwezigheid en haar begrip veel onderlinge onenigheid in de klas als een nachtkaars uitblazen. Dit kan ze zo geruisloos dat de kinderen niet doorhebben dat Marjolein daar de drijvende kracht achter is. Juf Anna bekijkt dit van een afstandje en ziet in Marjolein een kleine vredestichter die, zolang je haar de ruimte  geeft, geniet van de wereld om haar heen.