Juf Anna heeft 25 kinderen in haar klas. Ieder kind werkt vanuit een basisemotie. Bij het ene kind  is het duidelijk te zien welke emotie dit  kind tot werken zet. Bij een ander kind is dat weer een stuk lastiger.  Het gedrag van een kind laat zien vanuit welke emotie hij of zij handelt. Dit gedrag is het meest prominent ten tijde van stress. Wanneer juf Anne een proefwerk geeft, weet ze precies hoe elke leerling reageert en waarom hij of zij zo reageert. Hierdoor kan ze snel en efficiënt reageren wanneer het gedrag het kind in de weg staat.

Laten we eens kijken naar Jelle. Jelle geniet van het leven. Hij wil het leven ervaren in al zijn facetten. Bang om iets te missen is Jelle een snelle denker. Hij kan ter plekke de vreemdste, grappigste ideeën uit de hoge hoed toveren, en daarbij heeft hij de lachers op zijn hand.  Problemen bestaan niet voor Jelle. Jelle richt zich op de plezierige kant van het leven. Het woord probleem heeft een negatieve klank. Door zijn snelle manier van denken, komt hij vaak met oplossingen, voordat het probleem is ontstaan. Daarbij neemt Jelle de waarheid niet zo nauw. Hij kan, wanneer het hem uitkomt, het verhaal een kleine handige wending geven, waarmee hij voorkomt dat hij ergens de schuld van krijgt, maar misschien nog wel belangrijker, hij elke situatie kan opleuken.

Jelle mag dan vies zijn van alle vormen van negativiteit. Hij wordt zelf gedreven door angst. De angst dat hij te kort komt. Heel soms laat hij zich wegzakken in neerslachtigheid, en herkent zelf zijn moeder de altijd positieve Jelle niet meer. Deze neerslachtigheid laat hij echter maar aan heel weinig mensen zien. De angst om te kort te komen maakt, dat hij zich altijd richt op waar er iets te beleven valt. Wanneer hij met een groepje aan het kletsen is, luistert hij ook met een schuin oor wat er verderop besproken wordt. Zijn aandacht ergens lang op vestigen is te saai voor Jelle. Zijn snelle manier van denken zorgt ervoor, dat hij snel verveelt is in de klas.

Jelle heeft een groot probleem met dingen afmaken. Doordat hij zijn huiswerk in zijn hoofd al tig keer gemaakt heeft, krijgt hij het moeilijk voor elkaar om ook nog eens zijn pen te pakken, en het op papier te zetten. Jelle is de gangmaker van de klas. Toch verzuchten de andere kinderen in de klas wel eens: "Jelle, doe nou niet!" Door zijn grappen en grollen neemt hij wel heel veel tijd in beslag. Tijd die ook besteedt kan worden aan uitleg over een proefwerk bijvoorbeeld. Maar als Jelle zich dan berouwvol omdraait naar de leerling, dan wordt hij ook al weer snel vergeven. Dat is zijn natuurlijke charme.

Juf Anne heeft de handleiding van Jelle gelezen. Zij heeft hem vooraan in de klas gezet, zodat ze hem een beetje in de gaten kan houden. Als het nodig is, gaat ze even bij hem zitten om hem bij de les te houden. Ook heeft ze van zijn valkuil een kwaliteit gemaakt. Door gebruik te maken van groepjes wanneer er een opdracht gedaan moet worden, kan Jelle zijn creativiteit goed kwijt en valt het minder op dat hij moeite heeft met het afmaken van iets. Juf Anne weet dat ze Jelle op een rustig plekje met weinig spulletjes om hem heen een  proefwerk moet laten maken. Dit helpt hem om zich beter te focussen op zijn proefwerk. Ook heeft ze met haar klas afgesproken dat er na een proefwerk ruimte is om even te dollen met elkaar. Dit geeft Jelle de rust om zijn proefwerk serieus te nemen, en af te maken.