width=De jonge adelaar zweeft hoog door de lucht. Dit is waar hij zich het meeste thuis voelt. Waar hij in verbinding met de elementen helemaal zichzelf kan zijn. Hij voelt hoe de wind onder zijn vleugels hem omhoog stuwt. Hij voelt de stralen van de zon op zijn kop. Hier voelt hij zich verbonden. Met alles wat er is. Met het leven zelf. Hoog in de lucht kan hij zich verbinden met die diepe kracht waaruit al het leven bestaat.

Hij doet zijn best om aansluiting te vinden

In de habitat van de adelaarsgemeenschap is dat heel anders. Daar raakt hij dat gevoel voortdurend kwijt. Het voelt dan alsof hij zichzelf kwijt is. Hij voelt zich heen en weer geslingerd tussen alle emoties en gedachten die er dan door hem heen stromen. Dat vindt hij verwarrend. En het maakt hem onzeker. Hij weet dan niet meer zo goed wie hij is. Hij weet dan niet zo goed wat er gebeurt of wat hij moet doen. Geleid door zijn onzekerheid luistert hij naar de verhalen van de andere adelaars in het dorp die vol overtuiging weten te vertellen hoe het allemaal in elkaar zit. Hij doet zijn best om aansluiting te vinden, maar nergens vindt hij het gevoel dat hij hoog in de lucht ervaart.

Hij voelt zich altijd vreemd en anders

Eigenlijk voelt hij zich helemaal niet prettig bij de andere adelaars. Hij voelt zich altijd vreemd en anders. Hij ziet hoe ze plezier hebben met elkaar, dat wil hij ook zo graag. Maar op de een of andere manier lukt het hem niet om echt in contact te komen met de andere adelaars. Dan voelt hij zich verdrietig. Dan voelt hij zich mislukt. Dan voelt hij zich alleen. Hij voelt zich niet begrepen en hij begrijpt de andere adelaars niet. Het liefste trekt hij zich dan terug uit alle verwarrende emoties en gedachten, ver weg van de andere adelaars en het dorp. Dan gaat hij vliegen, hoog in de lucht. Helemaal alleen. Zodat er niemand meer is die hem niet begrijpt, niemand waar het niet lukt om mee in contact te treden. Daar hoog in de lucht voelt de jonge adelaar zich vrij en kan hij de verbinding met het leven weer voelen.

Moe van het vechten

Maar op een dag is de jonge adelaar het zat. Elke dag heeft hij te maken met de andere adelaars. Hij voelt hoe hij moe is. Moe van het leven. Moe om elke dag weer te proberen de andere adelaars en hun manier van leven te begrijpen. En moe om altijd maar weer alleen uit te vliegen om te voelen wie hij werkelijk is. Hij zou zo graag dat gevoel ook tussen de andere adelaars willen blijven voelen, hij zou zo graag willen dat het makkelijker ging. De jonge adelaar, in de kracht van zijn leven, is moe. Moe van het zijn best doen om de ander te begrijpen, moe van het wegvliegen als de situatie hem niet brengt wat hij wenst. Moe van het vechten…

Alle pijn vergeten

De adelaar is weggevlogen van het dorp en de andere adelaars. Hij heeft er even helemaal geen zin meer in. Hij is kwaad. Op de andere adelaars. En stiekem ook op zichzelf. Dat het altijd zo moeilijk gaat. Hij is weggevlogen en hij heeft geen idee welke kant of waar naar toe. Na uren vliegen kijkt hij eens om zich heen. Hij herkent niets. Alles is anders. De kleuren, de temperatuur, de geuren. De jonge adelaar heeft geen idee waar hij is. En eigenlijk maakt het hem ook niet uit. Hij is moe. Nu pas voelt hij hoe moe hij werkelijk is. Hij stopt abrupt met vliegen en laat zich op de grond vallen. Niets kan hem meer schelen, hij wil alleen nog slapen en alle pijn vergeten…

Hij voelt zich veilig

Dan droomt hij hoe er in groene bloemenveld waarin hij ligt te slapen een eenhoorn naast hem komt zitten. Ze is prachtig zilverwit en heeft een bijzonder licht om haar heen. Hij voelt zich veilig in haar aanwezigheid. Hij voelt hoe liefdevol ze is. Terwijl ze alleen maar naast hem zit. De adelaar droomt hoe hij zich kan ontspannen in haar bijzijn en als een klein adelaartje even niets anders hoeft te doen dan slapen. Dan begint ze te zingen. De zuivere klanken komen direct binnen in zijn hart. Hij voelt de warmte, tederheid, veiligheid, liefde, maar ook de kracht die daar in vervat liggen.

Pure liefde

De klanken trillen alle pijn in zijn hart los. De jonge adelaar slaapt als een klein kind en de eenhoorn zingt haar klanken. Dan raakt ze liefdevol zijn hart aan en vervolgens zijn wang. In zijn droom wordt hij wakker van haar aanrakingen. Hij opent zijn ogen en kijkt in de helder paarse ogen van een prachtige eenhoorn. Haar blik is pure liefde. Hij voelt hoe ze is gekomen om hem te helpen. Hij voelt hoe de liefde door zijn adelaarslijf stroomt, tot in het puntje van zijn veren. Hij voelt zich vervuld met liefde in haar aanblik.
Uit haar blik begrijpt hij dat pijn en afscheiding niet voor komen als je je eigen liefde kan laten stromen en kan delen met de ander. Vanuit je eigen liefde is er altijd en automatisch verbinding met de ander. Iedereen draagt liefde in zijn hart en vanuit die liefde kan je altijd de ander ontmoeten. In de liefde zijn we allemaal gelijk, beseft de jonge adelaar zich. Ze raakt nog een keer met haar snuit zijn hart en weer voelt hij de liefde door zijn hele lijf stromen. Dan staat ze op en loopt langzaam weg. De jonge adelaar kijkt haar na. Hij voelt zich niet langer alleen of afgewezen, maar dat hij deel uitmaakt van een groter geheel dat liefde heet. En dat het zijn taak is om de andere adelaars te laten ervaren dat vanuit liefde alles mogelijk is en dat daarin ruimte is voor iedereen vanuit zijn eigen uniekheid. Dan vallen zijn ogen weer dicht.

Hij voelt geen angst meer

Als de jonge adelaar ontwaakt uit zijn droom, hoort hij geritsel en ziet hij hoe een paar zilverwitte benen in de struiken verdwijnen. Naast hem liggen twee zilverwitte haren. Zijn hart is vervuld met liefde en hij voelt zich fit. Hij heeft zin om terug te gaan naar het adelaarsdorp.  En om echt de andere adelaars te ontmoeten in wie ze werkelijk zijn, vanuit zijn hart. Hij voelt geen angst, ontzag of schaamte meer voor de andere adelaars. De zilverwitte haren stopt hij diep weg tussen zijn veren. Die zijn er voor als hij in alle drukte weer eens vergeet wie hij is of waar het werkelijk om gaat. Dan kan hij ze er bij pakken en weer contact maken met de oneindige liefde van de eenhoorn die hij heeft mogen ervaren. Dan kan hij weer voelen hoe de eenhoorn met haar klanken zijn hart deed volstromen met liefde. Dan kan hij weer de liefde voelen in zijn hele lijf. Op momenten dat hij het even moeilijk heeft kan hij weer in contact komen met de liefde in zichzelf en vandaar het contact aangaan met de ander.

In verbinding met zijn hart is hij overal thuis

De jonge adelaar haast zich om snel terug te vliegen naar het adelaarsdorp. Hij is vol energie en heeft zin om plezier te maken met de andere adelaars. Hij zweeft hoog door de lucht op weg naar huis. Hij kan de verbinding met het leven voelen, en vooral de verbinding met zijn eigen hart. In verbinding met zijn hart is hij overal thuis.

Suzanne van der Laan
www.divineexpression.nl