Ken jij de wijze Pauw al? Dat is een vriendje voor iedereen. Heb je vraag of weet je niet meer wat je moet doen, dan komt hij je helpen met wijze raad. Je zal het niet zo merken, maar hij is er altijd.

Aan het begin van de straat is een hele grote dierentuin. Hier wonen allemaal hele lieve dieren. Het zijn natuurlijk wel wilde dieren, allemaal zijn ze heel lief.

Je hebt er een Neushoorn, met van die leuke wiebel oortjes. Die kunnen alle kanten opdraaien en zo hoor je alles.  Ook heb je er de Olifant, met zijn lange slurf. Die kan altijd wel ergens tussendoor, zo houd hij het een beetje in de gaten. Want dat is wat olifanten doen, overal met je neus tussen. En de giraf, de Dap Dap. Je kent hem wel. Zo’n mooie lange nek en vanuit die hoogte kan je alles zien. En Dap Dap ziet ook alles. Dit zijn wel de drie beste vriendjes van elkaar.

Samen hebben ze alles in de gaten. De mieren, die zo snel lopen in een lijntje. Of de vogels die al hun lekkernijen opeten.  Ook de verzorgers kunnen ze zo al van verre aan zien komen en zich op verheugen, jammie daar komt al het lekkers weer aan!

 

Soms moeten ze even bij elkaar weg, want Dap Dap krijgt een nieuw verblijf. Een hele mooie. Met hoge bomen om van te eten, een vijver om met de voetjes lekker in te gaan en gras om heerlijk languit in te kunnen liggen. Daar heeft Dap Dap natuurlijk heel veel zin in, maar weg bij zijn vriendjes . dat is helemaal niet leuk. Want alles kunnen zien zonder het te horen en te ruiken, dat kan toch niet? Dap Dap voelt zich heel erg alleen in zijn eentje. Dit maakt hem verdrietig en boos, hij gaat hard huilen en stampen op de grond. Is er dan niemand die hem hier hoort? Dan komt er een prachtige vogel aan, een Pauw. Met van die mooie veren die als een krans om hem heen staan. "Hallo Dap Dap", zegt de Pauw. "Wat is er aan de hand? Waarom ben je zo boos?"  "Nou", zegt Dap Dap, "ik voel me hier zo alleen ik mis mijn vriendjes de Neushoorn en de Olifant. Ik kijk echt heel erg hoog, maar ik kan ze niet zien. Dat maakt mij heel erg verdrietig".

"Maar", zegt de Pauw, "wanneer je nu eens naar beneden kijkt, naar mij". "Wat zie je dan"? "Dan zie ik een Pauw", zegt Dap Dap. En hij haalt de tranen uit zijn ogen. Dan ziet hij nog veel meer, want daar komt een klauter Aapje en de Leeuw. "Hallo?", zegt Dap Dap nog na snikkend. "Ik had jullie helemaal niet gezien. Ik was zo aan het ver kijken naar mijn andere vriendjes, dat ik was vergeten dat ik niet alleen ben".

Dan wordt het onrustig, de aapjes slingeren in de boom. "Waar gaan jullie naartoe?" roept Dap Dap. "Naar boven om te kijken, we ruiken namelijk iets heel erg lekkers, maar we kunnen het niet zien". "Dat hoorde ik al" zegt de Leeuw, " ik ben ook wel benieuwd". "Wacht maar aapjes, ik kijk wel even" zegt Dap Dap. En hij steekt zijn nek zo ver uit dat hij  de verzorgers ziet aankomen met bakken vol lekkers, snoepjes en lekkernijen voor ons allemaal. "Wow Dap Dap, jij bent echt goed in verkijken". De Klauteraapjes en de Leeuw hebben er een nieuwe vriend bij, samen is het veel leuker dan alleen.  Voor Dap Dap maakt het niet meer uit waar hij is. Zijn nieuwe verblijf wordt heel erg mooi, maar hier bij zijn nieuwe vriendjes is het ook heel erg leuk. Ze zijn anders, maar samen kunnen ze alles.

De Pauw is trots, want waar Dap Dap nu ook is, hij heeft altijd zijn vriendjes.

 

Martine Tijsen