Midden in een groot bos staat de vogelschool. Daar leren alle vogels uit het bos rekenen en taal én de geluiden die zij volgens De Grote Vogel behoren te maken. Het is een enorme school omdat de vogels elkaar niet mogen storen. De zangvogels hebben hun klassen op de bovenste verdiepingen. De schoolklassen van de vogels die veel eenvoudiger geluiden moeten maken zitten op de lagere verdiepingen. De kraaienklas zit zelfs in de kelder. Die maken zo’n vreselijk geluid! Een kraai hoeft alleen maar heel hard “kraw, kraw” te roepen. Dat is heel wat anders dan het mooie gezang van de merels of de nachtegalen.

De topklas van de school is voor de nachtegalen. Zij kunnen mooier zingen dan alle andere vogels. Bianca was een nachtegaal die samen met de andere nachtegalen zangles kreeg. Bianca had echter een probleempje. Zij kon niet zo mooi zingen als de andere nachtegalen. Hoe zij haar best ook deed: het wilde maar niet lukken. Gewoon lekker kwebbelen met haar vriendinnen die zij had in de nachtegalen-klas ging prima en ook op het schoolplein kon zij vrolijk meekwetteren met de koolmezen en de mussen. Maar zingen: dat ging niet goed. De andere nachtegalen pesten haar, verstopte haar schooltas en zeiden: “Ben je wel een nachtegaal, volgens ons ben je een geverfde kraai!”. Bianca werd daar heel verdrietig van en vloog dan maar wat alleen door het bos. Op een dikke tak, hoog in een boom rustte zij dan uit en ging heel diep nadenken. Opeens had ze ‘t! Ze ging zangles nemen bij andere vogels. Zo leerde ze fluiten als een kanarie en zingen als een merel. Om niet meer gepest te worden ging Bianca terug naar de nachtegalenklas en stelde voor om een spelletje te doen. “Laten we andere vogels nadoen!”zei ze. Samen met de andere nachtegalen floten zij als kanaries en zongen zij als merels. Maar na een tijdje zeiden de andere nachtegalen tegen haar: “Zo, dat was leuk, maar zing nu eens als een nachtegaal”. Dat lukte natuurlijk nog niet. Bianca werd boos en vloog dan maar weg.

Zij gaf het op en ging naar juffrouw meeuw die vogeldokter was. “Je moet meer vis eten” zei juffrouw meeuw. Bianca ging visjes eten. Zij vond het vreselijk, want nachtegalen eten geen vis. Het zingen werd er ook niet mooier van. “Je moet boven zee gaan vliegen, dat zal helpen” zei de vogeldokter. Maar ook dat hielp niets. Ze ging er zelfs slechter van zingen. Bianca nam zich voor om niet meer naar de vogeldokter te gaan. Langzaam begon ze weer haar oude zanggeluid terug te krijgen.

Op een dag kreeg de nachtegalenklas bezoek van een wereldberoemde nachtegaal die op diezelfde school had gezeten en daarna naar Italië was gegaan waar zij vaak optrad in de bossen rond Milaan.

“Hoe kunt u zo prachtig zingen” vroeg Bianca aan haar. “O” zei de beroemde nachtegaal, “Het is niets, het is een gave die De Grote Vogel aan iedere nachtegaal heeft gegeven”. “Dus ook aan jou”. “Als je wat meer vertrouwen zou hebben en niet probeert te zingen als een andere vogel, dan komt het vanzelf goed”. “Geef het de tijd, en zal ik je eens een geheimpje vertellen?” Ik ben zelfs een klas blijven zitten omdat mijn zang zo slecht was”. “Probeer te zingen alsof je met je vriendinnen zingt. Denk niet na als je gaat zingen”. De beroemde nachtegaal vloog weg.

Bianca heeft de wijze woorden van de beroemde nachtegaal goed in haar vogeloren geknoopt. Jaren later is Bianca naar Japan gegaan. En daar is zij zelfs beroemd geworden om haar zang! En vloeiend hé……niks geen gehakkel meer.

(en in een “bekend” sprookje heeft zij met haar gezang zelfs de zieke Japanse keizer weer beter gemaakt.)

Geschreven door: Marion Geersen